Baby’s die weinig worden vastgehouden en aangeraakt, hebben een lagere ‘epigenetische leeftijd’.

Tot die conclusie komen Amerikaanse onderzoekers nadat ze 94 jonge kinderen bestudeerden. Ze vroegen de ouders van 94 vijf weken oude baby’s om een dagboek bij te houden waarin zij verslag deden van het gedrag van hun kind (slapen, huilen, eten, etc) en de duur van de verzorging die lichamelijk contact vereiste. Tegen de tijd dat de kinderen 4,5 jaar oud waren, werd hun DNA verzameld en geanalyseerd.

DNA-methylering
De onderzoekers richtten zich daarbij op een biochemische aanpassing die DNA-methylering wordt genoemd. Hierbij worden sommige delen van het chromosoom gemerkt met kleine moleculen die bestaan uit koolstof of waterstof. Deze moleculen doen dienst als een soort ‘dimmers’ en zijn zo van invloed op de activiteit van bepaalde genen en dus ook op het functioneren van cellen.

Lichamelijk contact
Eerder onderzoek toonde al aan dat DNA-methylering – en de plek op het DNA waar dit plaatsvindt – beïnvloed kan worden door externe factoren (zeker in de kinderjaren). En onderzoekers tonen nu aan dat lichamelijk contact één van die factoren is. Ze ontdekten namelijk dat er consistente verschillen te vinden waren tussen de DNA-methylering op vijf verschillende plekken op het DNA van kinderen die veel en kinderen die weinig lichamelijk contact hadden gehad.

Effect
Volgens de onderzoekers hadden de kinderen die minder lichaamscontact hadden gehad als baby een moleculair profiel in hun cellen dat onderontwikkeld was voor hun leeftijd. Welke effect dat heeft op hun gezondheid, is onduidelijk. “Bij kinderen denken we dat een tragere epigenetische veroudering erop kan wijzen dat ze niet goed in staat zijn om te gedijen,” aldus onderzoeker Michael Kobor.

Het onderzoek lijkt in ieder geval het belang van fysiek contact met jonge kinderen maar weer eens te onderstrepen en suggereert bovendien dat het langdurig – zeker tot het vierde levensjaar – en mogelijk zelfs levenslang van invloed is op de genexpressie. “We zijn van plan om te onderzoeken of de ‘biologische onrijpheid’ die we bij deze kinderen zagen, implicaties heeft voor hun gezondheid en dan met name hun psychologische ontwikkeling,” stelt onderzoeker Sarah Moore.