Het blijkt maar liefst anderhalf keer groter te zijn dan dat van ons.

De witte haai: wie kent ‘m niet? Het enorme roofdier – dat tot wel zes meter lang kan worden – spreekt tot de verbeelding. En toch is er ook nog best veel wat we niet van de witte haai weten. Wat dat betreft hebben onderzoekers nu een enorme stap gezet: ze hebben het genoom van de haai ontcijferd.

Stabiel genoom
Het wijst uit dat de witte haai een omvangrijk genoom heeft: het is ongeveer anderhalf keer groter dan dat van ons. Daarnaast hebben onderzoekers in het genoom verschillende genetische veranderingen aangetroffen die het evolutionaire succes van grote en langlevende haaien zoals de witte haai mogelijk kunnen verklaren. Zo is er sprake van positieve selectie in talloze genen die een belangrijke rol spelen in het handhaven van de stabiliteit van het genoom. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan genen die belangrijk zijn voor het signaleren en repareren van beschadigd DNA, kortom: genen die het DNA beschermen en ervoor zorgen dat het genoom stabiel blijft.


Springende genen
Wat verder opvalt, is dat het genoom van de witte haai veel ‘springende genen’ herbergt. Het gaat dan met name om het type LINEs (lees er hier meer over). “Van deze LINEs weten we dat ze genoominstabiliteit veroorzaken,” aldus onderzoeker Michael Stanhope. In het geval van de witte haai lijken de springende genen echter niet per se een negatief effect te hebben; mogelijk zijn ze de drijvende kracht achter het ontstaan van een breed scala aan DNA-reparatiemechanismen dat het genoom uiteindelijk juist stabieler maakt.

Wondgenezing
Haaien staan bekend om hun razendsnelle wondgenezing. En in het genoom van de witte haai hebben onderzoekers verschillende aanwijzingen gevonden die kunnen verklaren waarom zelfs heel grote wonden van een haai zo snel helen. Zo lijkt er sprake te zijn van positieve selectie op genen die belangrijk zijn bij de wondgenezing, waaronder een gen dat ervoor zorgt dat bloed snel stolt.

Het onderzoek geeft niet alleen meer inzicht in de witte haai, maar kan ook implicaties hebben voor mensen. Zo kan het helpen in de strijd tegen kanker. Je zou namelijk denken dat de kans op kanker toeneemt naarmate een dier groter wordt – en dus meer cellen krijgt – en langer leeft – waardoor er meer tijd is voor het ontstaan van DNA-beschadigingen. Maar verrassend genoeg geldt voor veel grote, langlevende dieren – zoals de witte haai – dat ze niet vaker dan mensen kanker krijgen. Het suggereert dat ze op de één of andere manier tegen de ziekte beschermd worden. In het geval van de witte haai lijken de genen die het genoom stabiel houden daarin een sleutelrol te spelen en het mogelijk te maken voor de witte haai om én een groot lichaam te hebben én lang te leven. “Genoominstabiliteit is een belangrijk probleem dat ten grondslag ligt aan veel ernstige ziekten onder mensen,” aldus onderzoeker Mahmood Shivji. “En nu hebben we ontdekt dat de natuur slimme strategieën heeft ontwikkeld om het genoom in deze grote, langlevende haaien stabiel te houden. Er valt nog veel te leren over deze evolutionaire wonderen, waaronder zaken die mogelijk nuttig zijn in de strijd tegen kanker en oudersomsziekten en helpen bij een betere wondgenezing onder mensen.”