twitter

Stiekem wil elke Twitteraar geretweet worden. Maar hoe bereikt u dat? Wetenschappers ontwikkelden een algoritme dat de meest waarschijnlijke retweeters en het moment waarop zij actief zijn, vaststelt en de kans op een retweet sterk vergroot.

De onderzoekers gingen er in hun studie vanuit dat sommige mensen sneller geneigd zijn om iets te retweeten dan anderen. Daarnaast gingen ze er vanuit dat die mensen niet klakkeloos alles altijd retweeten, maar een voorliefde hebben voor bepaalde onderwerpen en op een bepaald moment op de dag het meest actief zijn. Volgens deze aannames moet u – om ervoor te zorgen dat vreemden uw bericht retweeten – dus op zoek naar Twitteraars met een interesse in het onderwerp van uw tweet en vervolgens moet u deze tweet op het juiste tijdstip aanbieden.

Onderzoek
Zou het werkelijk mogelijk zijn om die mensen en het juiste moment om de tweet te sturen, te identificeren en zo het aantal retweets op te krikken? De onderzoekers namen de proef op de som. Ze maakten enkele Twitteraccounts aan waarop ze lokaal nieuws aanboden. De lokale nieuwsberichten stuurden ze naar 1902 twitteraars in de San Francisco Bay Area. Zo’n bericht zag er bijvoorbeeld als volgt uit: @ (en dan de naam van de twitteraar) “A man was killed and three others were wounded in a shooting… en dan een link naar het betreffende nieuwsartikel, gevolgd door: Plz RT this safety news”. De twitteraar werd dus direct aangesproken en gevraagd om te retweeten. Van de 1900 mensen deden 52 dat.

Vogelgriep
Vervolgens maakten de onderzoekers twitteraccounts aan waarop ze nieuws over de vogelgriep deelden. Ze selecteerden 1859 twitteraars die eerder over de vogelgriep getweet hadden en stuurden ze het volgende bericht: “@ (en dan de naam van de gebruiker) Plz RT bird flu news “Bird flu viruses could evolve in nature. gevolgd door een link naar het betreffende nieuwsbericht. 155 mensen besloten het bericht te retweeten.

Profiel
De onderzoekers verzamelden alle beschikbare gegevens van de mensen die ze gevraagd hadden om hun bericht te retweeten (profiel, aantal volgers, aantal mensen dat ze zelf volgden, hun laatste 200 tweets en of de twitteraars het bericht van de onderzoekers geretweet hadden of niet). Vervolgens keken de onderzoekers of er een verband was tussen bepaalde kenmerken van een twitteraar en zijn tweets en de kans dat deze een bericht zou retweeten. Anders gezegd: ze keken of er factoren waren die konden voorspellen of iemand iets ging retweeten of niet. Waren mensen met een ouder account bijvoorbeeld sterker geneigd om te retweeten? Of vergrootte een groot aantal volgers de kans op een retweet? Of was er iets in het profiel van de twitteraars dat kan voorspellen of ze iets zouden retweeten. Ook keken de onderzoekers naar het moment op de dag waarop gebruikers het meest retweeten.

Het algoritme
Op basis van die resultaten ontwikkelden de onderzoekers een algoritme dat de mensen die het sterkst geneigd waren om informatie over een bepaald onderwerp te retweeten, te identificeren. Dit algoritme vertelde de onderzoekers dus welke gebruikers ze – op welk moment van de dag – een bepaalde tweet onder de neus moesten duwen om ervoor te zorgen dat de kans op een retweet het grootst was. En experimenten tonen aan dat het algoritme werkt. De onderzoekers stuurden opnieuw een lokaal nieuwsbericht de deur uit, maar richtten zich nu op de gebruikers die door het algoritme waren aangewezen. Het aantal retweets steeg: eerder werd het bericht door 2,7 procent van de aangeschreven personen geretweet. Nu was dat 13,3 procent. En wanneer de onderzoekers ook nog eens rekening hielden met het moment waarop deze twitteraars het meest actief waren en dat moment kozen om hun tweet te versturen, steeg het aantal retweets nog verder: 19,3 procent van de aangeschreven mensen besloot het bericht te retweeten. En ook wanneer er een bericht over de vogelgriep werd gedeeld, waren de successen met het algoritme groter. Eerder besloot iets meer dan zes procent het bericht te retweeten, nu was dat – wanneer men de tweet ook op het juiste moment verstuurde – 14,7 procent.

Wat kunnen we nu met dit onderzoek? De wetenschappers speculeren daar verder niet over en reppen ook met geen woord over plannen om het algoritme vrij te geven. Mochten ze dat wel doen, dan zullen onder meer marketeers staan te springen om met het algoritme aan de slag te gaan. Zij zouden het algoritme kunnen gebruiken om hun doelgroep nog beter te targeten en de effectiviteit van hun campagnes te vergroten.