De natuur dient de mens. Nieuw onderzoek laat zien dat die dienstverlening beter is als het plantenrijk een grote variatie aan soorten kent.

De natuur werkt hard voor ons. Zo zorgt de natuur ervoor dat we schoon drinkwater hebben, dat de lucht gezuiverd wordt, dat afvalstoffen worden afgebroken en dat er bestuiving plaatsvindt van onze gewassen. Een goede reden om zuinig te zijn op de natuur, zo zou u denken. Nieuw onderzoek bevestigt die gedachte.

Biodiversiteit
Wetenschappers zijn heel benieuwd welke invloed de biodiversiteit heeft op de dienstverlening van planten. De biodiversiteit neemt namelijk rap af. En dat roept vragen op. Bijvoorbeeld: Welke functies kan de natuur niet meer voor ons vervullen wanneer het aantal soorten planten terugloopt?

WIST U DAT…

…er planten zijn die bommen op kunnen sporen?

Variatie
Uit eerdere onderzoeken hadden wetenschappers al een antwoord op die vraag proberen te vinden. Ze concludeerden toen dat veel soorten overbodig waren en dat de dienstverlening zelfs als meer dan de helft van de soorten uit zou sterven niet in gevaar zou komen. In andere woorden: een gevarieerd plantenrijk was blijkbaar niet zo heel belangrijk. Maar die onderzoeken richtten zich voortdurend op één dienst.

Percentages
Wetenschappers van de Wageningen University hebben de studie nu wat breder getrokken. Zij hebben alle studies naar die verschillende diensten geanalyseerd en komen met een opvallende conclusie. Ze stellen dat voor één dienst in bepaalde omstandigheden gemiddeld 27 procent van de onderzochte 147 soorten planten nodig is. Maar dat percentage veranderde als de onderzoekers verder kijken en het belang van de soorten op verschillende tijden, plaatsen en met wisselende omstandigheden bestudeerden. Ze stellen dat in dat geval tot wel 84 procent van de planten nodig is.

In andere woorden: een plant die uitsterft, kan wel degelijk invloed hebben op de dienstverlening. En die dienstverlening is op zijn best wanneer we zoveel mogelijk soorten in stand weten te houden. Welke soorten het belangrijkst zijn voor de instandhouding van de dienstverlening is onduidelijk. We weten tenslotte niet wat de toekomst brengt en welke soorten we straks in andere omstandigheden (bijvoorbeeld: een ander klimaat) het hardst nodig hebben.