In ongeveer 14 procent van de gevallen is het te herleiden naar problemen met het eigen immuunsysteem.

Iedereen weet dat het coronavirus met name gevaarlijk is voor mensen op leeftijd en mensen die reeds bepaalde gezondheidsproblemen hebben. Maar zo af en toe zien we dat ook relatief jonge en voorheen compleet gezonde mensen op de intensive care belanden en zelfs door toedoen van het virus komen te overlijden. Wat gaat er in hun lichamen mis? Wetenschappers hebben het uitgezocht en komen in twee studies met twee oorzaken die samen ongeveer 14 procent van de gevallen waarin verder gezonde mensen door toedoen van SARS-CoV-2 doodziek worden, kunnen verklaren.

Twee studies
In het eerste onderzoek tonen de wetenschappers aan dat iets meer dan tien procent van de gezonde mensen die ernstig ziek worden door het virus, antistoffen produceert die niet het virus, maar het eigen immuunsysteem aanvallen. En zeker 3,5 procent van de gezonde mensen die ernstig ziek worden door het virus bezit genetische mutaties die een effectieve reactie van het immuunsysteem op het virus in de weg zitten. Dat is te lezen in het blad Science.


In beide studies is een sleutelrol weggelegd voor type I Interferonen. Interferonen zijn eiwitten die deel uitmaken van het zogenoemde intrinsieke en aangeboren immuunsysteem. Ze komen – nog voor het adaptieve immuunsysteem in reactie op de aanwezigheid van bijvoorbeeld virusdeeltjes antistoffen gaat produceren – in actie en spelen een belangrijke rol in het versterken van de celdefensie. De term type I interferonen verwijst naar een set van 17 eiwitten die op deze wijze tijdens een virale aanval van groot belang zijn voor het beschermen van cellen en dus het lichaam. “Type I Interferonen zijn kleine eiwitten die na infectie door een ziekteverwekker – zoals een virus – in hoog tempo door veel verschillende celtypen kunnen worden aangemaakt,” zo stelt onderzoeker Stuart Tangye. En deze eiwitten zijn ook in de strijd tegen SARS-CoV-2 van groot belang, zo blijkt uit experimenten waarin onderzoekers het virus loslieten op cellen die deze eiwitten niet of niet voldoende aanmaakten. In vergelijking met cellen die de eiwitten wel paraat hadden, legden deze cellen veel vaker – en opvallend snel – het loodje. Deze interferonen zijn dus heel belangrijk. En de twee nieuwe studies tonen nu aan dat een fout rond deze type 1 Interferonen ten grondslag ligt aan levensbedreigende vormen van COVID-19.

Onderzoek I
Zo wijst het eerste onderzoek – uitgevoerd onder 987 ernstig zieke COVID-19-patiënten – uit dat 10,2 procent van de patiënten neutraliserende auto-antistoffen bezat die niet afrekenden met het virus, maar met de type I Interferonen. Dat leidde tijdens hun ziekte tot een lage of zelfs niet te detecteren concentratie van deze eiwitten. “En wat interessant is, is dat 94 procent van de patiënten met deze neutraliserende auto-antistoffen van het mannelijk geslacht was. Het kan mogelijk helpen verklaren waarom mannen vatbaarder zijn voor een ernstige vorm van COVID-19.”

Het goede nieuws is dat de auto-antistoffen niet heel vaak voor lijken te komen. Dat blijkt uit een onderzoek onder 1227 geheel willekeurig geselecteerde, gezonde mensen. Slechts vier van hen beschikten over de auto-antistoffen. Verder toont onderzoek aan dat deze auto-antistoffen bij sommige mensen reeds voor de virusinfectie gedetecteerd konden worden. En bij anderen al in een vroeg stadium van de infectie, nog voor het immuunsysteem de tijd had gehad om in actie te komen. “Dit alles wijst er sterk op dat deze auto-antistoffen de onderliggende reden zijn dat sommige mensen ernstig ziek worden en geen consequentie zijn van de infectie,” benadrukt onderzoeker Jean-Laurent Casanova.


Onderzoek II
In het tweede onderzoek bogen wetenschappers zich over 659 ernstig zieke coronapatiënten. “Ze bestudeerden de genen die coderen voor 13 eiwitten die heel belangrijk zijn als het gaat om de bescherming tegen virale infecties,” vertelt professor John Christodoulou, niet betrokken bij het onderzoek, maar wel bij één van de consortiums die aan het onderzoek hebben meegewerkt. “En ze ontdekten dat er bij 3,5 procent van de patiënten met een ernstige vorm van COVID-19 sprake was van een aantal veranderingen in deze genen.” En die genmutaties – die niet werden aangetroffen bij een controlegroep bestaande uit 534 coronapatiënten zonder symptomen of met milde symptomen – zorgen ervoor dat het immuunsysteem niet goed in staat was om type I Interferonen te produceren of erop te reageren.

Raadselachtig
“De verschillende manieren waarop SARS-CoV-2 mensen beïnvloed, zijn raadselachtig,” stelt Christodoulou. “Het virus kan een symptoomvrije infectie veroorzaken en stilletjes weer verdwijnen of mensen in een paar dagen tijd doden.” Wetenschappers willen natuurlijk graag weten waarom het ziekteverloop zo uiteenloopt en deze studies helpen daarbij. “Samen wijzen ze uit dat fouten in het beschermende interferonen-systeem ten grondslag liggen aan maar liefst 14 procent van de ernstig zieke COVID-19-gevallen,” stelt professor Paul Hertzog.

Meer onderzoek is natuurlijk hard nodig. “Het is waarschijnlijk dat vervolgstudies nog meer defecten aantonen die het lichaam ervan weerhouden om een effectieve antivirale reactie op touw te zetten,” aldus Hertzog. Dergelijke studies zijn om meerdere redenen van belang; zo kunnen ze leiden tot een beter begrip van de ziekte en het vinden van een effectieve behandeling. “De resultaten voorzien ons van overtuigend bewijs dat een verstoring van de type I Interferonen vaak de oorzaak is van levensbedreigende vormen van COVID-19,” aldus Casanova. “En deze problemen kunnen – in ieder geval in theorie – mogelijk behandeld worden met bestaande medicatie en interventies.”