Een eetpatroon dat de één gezond en slank maakt, kan bij de ander juist het tegenovergestelde bewerkstelligen.

Afvallen kan een behoorlijke opgave zijn. Want, welk dieet werkt nou het beste? “Dieetadviezen zijn gebaseerd op de theorie dat er één soort dieet bestaat die bij iedereen van toepassing is,” zegt David Threadgill, auteur van een nieuw onderzoek gepubliceerd in het blad Genetics. “Maar dit gegeven lijkt niet effectief.” En Threadgill denkt te weten waarom.

Onderzoek
“We zien bij mensen een grote variatie in hoe ze reageren op verschillende eetpatronen,” zegt William Barrington, hoofdauteur van het onderzoek. “We wilden er op een gecontroleerde manier achter zien te komen hoe genetica hierbij een rol speelt.” De onderzoekers gebruikten voor het onderzoek muizen, die qua genetische samenstelling en de neiging om metabole ziekten te ontwikkelen, sterk op mensen lijken. De muizen werden vervolgens gecontroleerd op verschillende symptomen die aan obesitas gerelateerd zijn, zoals een verhoogde bloeddruk en cholesterol, leververvetting en bloedsuikerspiegel. Daarnaast bestudeerden de onderzoekers gedragsveranderingen in de muizen, zoals hoeveel ze bewogen en aten.

Poeder

natuurlijk lieten de onderzoekers de muizen niet echt een grote Amerikaanse Big Mac verorberen. De onderzoekers maakten gebruik van poedervoer. Dit werd zo ontworpen om menselijke voedingspatronen zo goed mogelijk na te bootsen.

Eetpatronen
De onderzoekers maakten gebruik van vier groepen muizen om te kijken hoe vijf verschillende eetpatronen de gezondheid over een periode van zes maanden zou beïnvloeden. De muizen verschilden genetisch gezien net zo veel van elkaar als twee willekeurige personen. Binnen één groep zaten er bijna geen genetische verschillen. De wetenschappers vergeleken het ongezonde eetpatroon van Amerikanen (meer vet en verfijnde koolhydraten zoals mais) met drie diëten die bekend staan als ‘gezond’: Zuid-Europees (bestaande uit tarwe en rode wijn extracten), Japans (met rijst en groene thee extract) en het Atkins-dieet (veel vet en eiwit, maar weinig koolhydraten). Het vijfde dieet bestond uit standaard voer en diende als controlegroep.

Gevolgen
Hoewel het Japanse eetpatroon goed aansloeg bij de meeste muizen, reageerde één groep hier echter erg slecht op. “De muizen ontwikkelden een toename aan vet in de lever en we vonden sporen van leverschade,” aldus Barrington. Een vergelijkbare situatie ontstond bij het Atkins-dieet. Twee genetische groepen reageerden er goed op, terwijl de andere twee negatieve gevolgen ervaarden. “De muizen leden aan overgewicht, bouwden veel vet op in de lever en hadden een hoog cholesterolgehalte,” legt Barrington uit. De andere groep begon minder te bewegen en kreeg meer lichaamsvet, maar bleven wel dun. “Dit komt overeen met wat we bij mensen ‘mager vet’ noemen. Hierbij lijkt iemand wel een gezond gewicht te hebben, maar heeft in werkelijkheid een hoog percentage lichaamsvet.”

“Het doel was om het optimale dieet te vinden, maar wat we vonden is dat het optimale dieet afhangt van je genetische achtergrond”

De resultaten laten zien dat een eetpatroon dat voor de een goed werkt, bij de ander het tegenovergestelde effect kan creëren. “Mijn doel was om het optimale dieet te vinden, maar wat we vonden is dat het optimale dieet afhangt van je genetische achtergrond,” concludeert Barrington. In de toekomst wil het onderzoeksteam achterhalen welke genen betrokken zijn bij dit proces. Zo willen ze een test ontwikkelen die iedereen het beste dieet voor zijn eigen genetische samenstelling kan vertellen.