De kolonie telt zo’n 1,5 miljoen Adéliepinguïns.

Onderzoekers kwamen de gigantische kolonie op het spoor toen ze zich over satellietbeelden van de Danger Islands – een keten van rotsachtige eilandjes voor de kust van het Antarctische Schiereiland – bogen. Op de beelden waren de voor Adéliepinguïns kenmerkende uitwerpselen te zien die suggereerden dat hier grote aantallen pinguïns vertoefden.

Expeditie
Om uit te zoeken of dat echt zo was, organiseerden de onderzoekers een expeditie naar het afgelegen gebied, met als doel de pinguïns met eigen ogen te zien en te tellen. Ze stuitten er op honderdduizenden pinguïns. Het was onbegonnen werk om ze allemaal handmatig te tellen en dus gooiden de onderzoekers het over een andere boeg. Ze haalden er een drone bij. “De drone vloog in een raster over het eiland heen en maakte elke seconde foto’s,” vertelt onderzoeker Hanumant Singh. “Je kunt die beelden dan aan elkaar plakken, zodat het een enorme collage wordt die de complete landmassa in 2D en 3D laat zien.” Met behulp van kunstmatige intelligentie werd die collage vervolgens pixel voor pixel geanalyseerd, waarbij de focus lag op het vinden van pinguïnnesten.

De drone die is ingezet om de kolonie in kaart te brengen. Afbeelding: Rachael Herman, Louisiana State University, © Stony Brook University.

Grootste populatie van het Antarctisch Schiereiland
Het onderzoek wijst uit dat op de eilanden zo’n 1,5 miljoen Adéliepinguïns wonen. Daarmee is het de grootste populatie Adéliepinguïns van het Antarctisch Schiereiland. Wat de onderzoekers bovendien opvalt, is dat deze populatie niet te maken lijkt te hebben met krimp. Iets wat populaties aan de westzijde van het Antarctisch Schiereiland wel is overgekomen en wat toegeschreven wordt aan klimaatverandering.

Lastig toegankelijk
Dat deze gigantische kolonie zo lang onopgemerkt is gebleven, is wel te verklaren. De eilanden waarop de pinguïns leven, liggen nogal afgelegen en zijn lastig toegankelijk; zelfs in de zomer bevindt zich rond de eilanden dik zee-ijs.

De ontdekking van deze kolonie is bijzonder goed nieuws. Al zo’n veertig jaar zien onderzoekers het aantal Adéliepinguïns – de meest voorkomende pinguïnsoort op het Antarctisch Schiereiland – afnemen. Een over het hoofd geziene superkolonie is dan ook meer dan welkom. Bovendien kan deze kolonie – die in tegenstelling tot andere koloniën – lijkt te gedijen, mogelijk meer inzicht geven in wat deze soort nodig heeft om te overleven.