Wetenschappers hebben de fossiele resten van een gigantische ooievaar ontdekt op het Indonesische eilandje Flores. De ooievaar heeft de naam Leptoptilos robustus gekregen, was 1,8 meter hoog en woog zo’n zestien kilo. De vogel zou een echte jager zijn geweest en mogelijk zelfs Homo floresiensis – de kleine mensen die Flores wereldberoemd maakten – hebben gegeten.

De gevonden fossiele resten bestaan uit vier achterpoten. De botten zouden tussen de 20.000 en 50.000 jaar oud zijn. De vondst werd gedaan door Hanneke Meijer en Rokus Due.

Vliegen
Er zijn geen resten van de vleugels gevonden, maar de onderzoekers durven met zekerheid te stellen dat de gigantische vogel zelden of nooit vloog. Het gewicht van het dier zou deze op de grond hebben gehouden.

Tekening: I. van Noortwijk

Groeien
Men vermoedt dat de ooievaar afstamt van de kleinere, vliegende ooievaar. Een groep ‘gewone’ ooievaars zou tienduizenden jaren geleden Flores hebben gekoloniseerd en zich daar hebben geëvolueerd tot de giganten. Dat werd mede mogelijk gemaakt door het gebrek aan grote roofdieren en een overvloed aan voedsel.

Hobbit op het menu?
De resten van de gigantische ooievaar werden nabij de vindplaats van de Homo floresiensis aangetroffen. De kleine mens (ongeveer één meter hoog) moet de vogel als een reus hebben gezien. Of deze reus ook mensen at, is onduidelijk. Er is tot op heden geen bewijs voor, maar kan dus ook niet worden uitgesloten.

Uitsterven
Het is eveneens onduidelijk wat ervoor zorgde dat de gigantische ooievaar uitstierf. Mogelijk is het een combinatie van factoren – klimaatverandering, de komst van de moderne mens en vulkaanuitbarstingen – die de reus de kop kostte.

Het is niet voor het eerst dat de restanten van een bijzonder groot dier op het eiland opduiken. Eerder vonden wetenschappers er ook de resten van gigantische ratten en enorme hagedissen. Maar ook kleine soorten floreerden er ooit: de dwergolifant bijvoorbeeld. Nog bekender is natuurlijk de kleine mensensoort – ook wel hobbit genoemd – Homo floresiensis.

Het onderzoek is verschenen in het blad Zoological Journal of the Linnean Society.