Aten slangen ooit krokodillen? Jazeker! Zestig miljoen jaar geleden was de Cerrejonisuchus improcerus, een krokodillensoort, de belangrijkste maaltijd voor de Titanoboa, de grootste slangensoort ooit. Wetenschappers vonden fossielen van krokodillen samen met skeletten van ruim dertien meter lange Titanoboa’s.

De Cerrejonisuchus improcerus werd maximaal twee meter lang. Oftewel, de krokodil was een gemakkelijke prooi voor de Titanoboa. “De Cerrejonisuchus improcerus maakte deel uit van de voedselketen, als jager en als prooi”, vertelt onderzoeker Jonathan Bloch van het Florida Museum. “Tegenwoordig eten grote slangen kleine krokodillen op. Het is dus aannemelijk dat de Cerrejonisuchus improcerus vaak op het menu van de Titanoboa’s stond.”

In het Amazonegebied verorberen anaconda’s regelmatig kaaimannen. Hieruit blijkt dat slangen krokodillenvlees lusten. De Cerrejonisuchus improcerus was het kleinste lid van de Dyrosauridae, een familie van uitgestorven krokodillen. Dyrosauridaen werden vaak niet langer dan zes meter en hadden een lange snuit om vis te vangen. In contrast met andere Dyrosauridaen had de Cerrejonisuchus improcerus een vrij korte snuit. De laatste krokodillensoort at het liefst kikkers, hagedissen, kleine slangen en waarschijnlijk zoogdieren. De Cerrejonisuchus improcerus maakte gebruik van een voedselbron, die niet door andere krokodillen werd gebruikt.

Dyrosauridaen splitsten honderd miljoen jaar geleden uit een tak, die uiteindelijk de huidige krokodillen en alligators produceerde. Dyrosauridaen overleefden 65 miljoen jaar geleden de meteorietinslag die zorgde voor het uitsterven van dinosauriërs. Uiteindelijk verdween de krokodillenfamilie 45 miljoen jaar geleden van de aardbodem.