Wetenschappers hebben uit fossielen kunnen afleiden dat de prehistorische zeeën continu gevuld waren met gigantische plankton etende vissen. Een eerder gat – door gebrek aan informatie – van een slordige 100 miljoen jaar is nu door de vondst van een fossiel van de vissoort Bonnerichthys gedicht.

Het onderzoek van de wetenschappers startte met het bestuderen van de overblijfselen van de gigantische vis Leedsichthys. Onderzoekers zagen de vis altijd als een geïsoleerd exemplaar. Zo’n honderd miljoen jaar later ontstonden pas de moderne vissen. Dat gat tussen de Leedsichthys en de moderne vis was onverklaarbaar. Totdat de onderzoekers andere fossielen ontdekten die op die van de Leedsichthys leken maar vele jaren jonger waren.

De onderzoekers hebben ook de fossielen uit de collecties van musea wereldwijd bekeken en concludeerden dat er nog veel meer fossielen van deze tussenvorm bestonden. Alleen waren deze jarenlang verkeerd geïdentificeerd. Er werden fossielen gevonden in Kansas, Engeland en Japan. “Het feit dat dit soort dieren meer dan honderd miljoen jaar in de verslagen misten, lijkt eigenaardig,” bekent onderzoeker Jeff Liston. “Wat wij hebben aangetoond is dat het gat van meer dan honderd miljoen jaar gevuld wordt door een lange geschiedenis van grote knokige vissen.”

“Pas nadat deze vis uit het ecosysteem verdween, konden zoogdieren en vissen met kraakbeen zoals de reuzenmanta (een grote rog, red.), reuzenhaai en walvishaai aan hun ecologische rol gaan wennen.”

De grote vis heeft de naam Bonnerichthys gekregen en is daarmee vernoemd naar de familie in Kansas die het doorslaggevende fossiel vond. De Bonnerichthys leefde tussen 66 en 172 miljoen jaar geleden. De soort zou tegelijkertijd met de dinosaurussen zijn uitgestorven.