Wetenschappers hebben de schedel van een twaalf tot dertien miljoen jaar oude potvis gevonden in een woestijn in Peru. In tegenstelling tot hedendaagse potvissen heeft het skelet van de uitgestorven potvissoort tanden met een lengte van 36 centimeter. Groot genoeg om walvissen aan te vallen en op te eten.

Hedendaagse potvissen hebben alleen tanden in hun onderkaak, en deze tanden zijn ook nog eens veel kleiner dan de tanden van de recent gevonden potvis. De gevonden potvis wordt Leviathan melvillei genoemd, ter ere van de auteur van Moby Dick.

De grote tanden in de onder- en bovenkaak van de Leviathan melvillei onthullen dat de walvis een grote eter was. Dit wordt nog eens bevestigd door een groot gat in de schedel, waar oorspronkelijk plaats was voor een gigantische kaakspier.

Het is aannemelijk dat de potvis andere walvissen at, zoals orka’s. “Dit was een roofdier die grote stukken uit een prooi kon bijten”, zegt expert Ewan Fordyce van de universiteit van Otago. “Waarschijnlijk voedde hij zich met baleinwalvissen.”

De onderzoekers hopen meer te leren over het eetgedrag van de uitgestorven walvissoort door nauwkeurig te kijken naar de tanden. Vertikale lijnen op de tanden onthullen intensief bijtgedrag, zoals een orka.