Met name de op het noorden gerichte ijskliffen dragen bij aan het smelten van de gletsjer.

De gletsjers in de Himalaya zien er heel anders uit dan de gletsjers die we bijvoorbeeld in de Alpen zien. Ze zijn namelijk niet mooi wit, maar bedekt met puin. Aangenomen werd dat dat voordelig is: dat puin voorkomt dat zonlicht het ijs kan bereiken en beperkt de smelt. Door satellieten uitgevoerde metingen onthullen echter dat met puin bedekte gletsjers net zo snel massa kunnen verliezen als gletsjers zonder puin. Verschillende studies suggereren dat het deels te herleiden is naar een ander kenmerk van gletsjers in de Himalaya: hoge ijskliffen. Een nieuw onderzoek – verschenen in het blad PNAS – onderschrijft dat.

IJskliffen
De gletsjers in de Himalaya worden niet alleen gekenmerkt door een laag puin. Op grote hoogte hebben ze ook vaak steile wanden, zogenoemde ijskliffen (je ziet er hier onder eentje). Deze ijskliffen kunnen wel 30 meter hoog zijn. En vermoed wordt dat deze ijskliffen ervoor zorgen dat atmosferische warmte in het ijs doordringt, waardoor dat ijs smelt.

Foto: Pascal Buri / ETH Zurich.

Computermodel
Met behulp van computermodellen hebben onderzoekers nu onderzocht hoe de ijskliffen ontstaan en aftakelen en welke impact ze hebben op het smelten van met puin bedekte gletsjers. Simulaties en metingen onderschrijven het vermoeden dat ijskliffen bijdragen aan het smelten van de met puin bedekte gletsjers in de Himalaya. Met name wanneer die kliffen op het noorden gericht zijn.

Een op het zuiden gerichte klif reageert heel anders op hogere temperaturen dan een op het noorden gerichte klif. Afbeelding: Pascal Buri / ETH Zurich.

Zonlicht
Dat klinkt paradoxaal. Want de op het zuiden gerichte kliffen ontvangen veel meer direct zonlicht dan de op het noorden gerichte kliffen. Toch zijn de resultaten goed te verklaren. De op het zuiden gerichte kliffen ontvangen inderdaad meer zonlicht, wat leidt tot onregelmatige smelt: het bovenste deel van de klif – dat meer zonlicht ontvangt – smelt snel, terwijl de in de schaduw gelegen lagere delen trager smelten. Hierdoor wordt de ijsklif steeds platter. En zodra de helling nog maar 35 graden is, wordt deze met puin bedekt, waarna deze beter beschermd is tegen zonlicht. Op de op het noorden gerichte ijskliffen gaat het anders: deze kliffen smelten over de volledige hoogte en blijven steil. Warmtestraling van de omringende lucht én puin wordt daarbij afgegeven aan het ijs, wat weer een grote bijdrage levert aan de smelt van de gletsjer.

Een op het noorden gerichte ijsklif. Afbeelding: Pascal Buri / ETH Zurich.

Het onderzoek kan meer inzicht geven in de ontwikkeling van met puin bedekte gletsjers. “Er zijn veel gletsjers in Azië en wereldwijd die sterk met puin bedekt zijn, dus een beter begrip van hoe zij standhouden, is heel belangrijk,” stelt onderzoeker Pascal Buri. “Ook moeten we rekening houden met het feit dat gletsjers in de Himalaya miljoenen mensen in bijvoorbeeld India, Pakistan en Bangladesh van water voorzien.”