Wanneer gigantische ijsbergen afbreken en in warm water terechtkomen, dan smelten deze ijsbergen sneller dan verwacht. Dit blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Arizona.

“De opwarming van de oceanen is misschien nog wel belangrijker dan de opwarmende atmosfeer, omdat water een grotere warmtecapaciteit heeft”, zegt wetenschapper Jianjun Yin van de universiteit van Arizona. “Als u een ijsblokje in een warme kamer plaatst, dan smelt het in enkele uren. Een ijsblokje in een glas met warm water is in enkele minuten verdwenen.”

De wetenschappers bestudeerden negentien bekende klimaatmodellen en kwamen tot de conclusie dat opwarmende oceanen kunnen bijdragen aan een hogere zeespiegel. Vooral rond de noordpool gaat er waarschijnlijk meer ijs smelten. In 2100 is het water rondom Groenland 2 graden Celsius opgewarmd in vergelijking met nu. Het oceaanwater rondom Antarctica warmt de komende negentig jaar minder snel op: slechts 0,5 graden Celsius.

Grote gevolgen
“Voorheen werd dit verschil niet opgemerkt. Toch heeft het grote consequenties voor de toekomst van de aarde”, aldus Yin. “De reden dat de temperaturen zo uiteenlopen heeft te maken met verschillende stromingen in de oceaan. De Golfstroom vervoert warm water naar Groenland, terwijl de westenwinddrift (of Antarctische ringoceaan) warm water tegenhoudt.”

Eén meter
Yin en zijn collega’s verwachten dat de zeespiegel de komende negentig jaar ongeveer één meter stijgt. Toch is het heel goed mogelijk dat het warme water ervoor zorgt dat de stijging enkele tientallen centimeters hoger uitvalt.