Dat suggereert een nieuw rapport van de denktank Chatham House. De grote oliemaatschappijen hebben twee keuzes: inkrimpen of instorten.

Het rapport van Chatham House is keihard. “De toekomst van de grote internationale oliemaatschappijen – BP, Chevron, ExxonMobile, Shell en Total – is twijfelachtig,” zo concluderen de onderzoekers.

Klimaatverandering en olieprijzen
Tja, zul je denken, dat is logisch. Steeds meer overheden hameren op het bestrijden van klimaatverandering en omarmen van duurzame energie. En de momenteel relatief lage olieprijzen helpen natuurlijk ook niet. Maar dat is niet de kern van het probleem, zo is in het rapport van de denktank te lezen. “Hun problemen (de problemen van de oliemaatschappijen, red.) zijn talrijker, gaan dieper en verder terug in de geschiedenis,” zo is in het rapport te lezen. “De prognose voor de oliemaatschappijen was al somber voordat de overheden serieus met klimaatverandering aan de gang gingen en de olieprijs ineenstortte.”

“De prognose voor de oliemaatschappijen was al somber voordat de overheden serieus met klimaatverandering aan de gang gingen en de olieprijs ineenstortte”

Verdienmodel
Wat is dan het probleem van de oliemaatschappijen? Hun businessmodel, zo stellen de onderzoekers. Dat model bestaat uit twee belangrijke pijlers: zorgen dat je reserves zo groot mogelijk zijn en tegelijkertijd de kosten zo laag mogelijk houden.

Reserves
Allereerst die reserves: zoals je weet, hebben we al flink wat fossiele brandstoffen verbruikt. De fossiele brandstoffen die het gemakkelijkst te bereiken zijn, beginnen dan ook op te raken. Maar het verdienmodel dicteert dat de reserves moeten groeien. En dus investeren oliemaatschappijen in het bovenhalen van lastiger bereikbare fossiele brandstoffen. De kosten die daarmee gepaard gaan, wegen echter niet altijd op tegen de opbrengsten en soms wordt er zelfs heel veel geld geïnvesteerd om lastig bereikbare fossiele brandstoffen boven te halen, waarna dat uiteindelijk helemaal niet lukt (op de Noordpool bijvoorbeeld). En dat is nog niet alles. Een groot deel van de door oliemaatschappijen verworven reserves zal waarschijnlijk nooit gebruikt worden – en dus geen geld opleveren – onder meer door toedoen van onze hang naar groene energie.

vintage-gas-station-392743_1280

Uitbesteden
En dan de tweede pijler van het verdienmodel: de kosten zo laag mogelijk houden. Om dat laatste te bewerkstelligen, kozen oliemaatschappijen voor outsourcing: een groot deel van hun activiteiten zetten ze weg bij kleinere bedrijven. Het gevolg: die kleinere bedrijven deden ervaring op en groeiden in technologisch opzicht, terwijl de oliemaatschappijen intern weinig nieuws leerden. En dat kostte ze uiteindelijk heel veel geld, zo betogen de onderzoekers. Want op een gegeven moment gingen de oliemaatschappijen achter de feiten aanlopen, iets wat duidelijk werd tijdens de schaliegas-revolutie in de VS. Pas toen schaliegas al big and happening was, besloten oliemaatschappijen zich erin te mengen en omdat ze zo laat in actie kwamen, betaalden ze de hoofdprijs om mee te kunnen doen.

Beurs
Dat het businessmodel van de oliemaatschappijen niet meer werkt, is al zichtbaar, zo betogen de onderzoekers. Zo zien ze bijvoorbeeld dat de oliemaatschappijen relatief slecht presteren op de beurs. Zeker sinds de olieprijzen aan het dalen zijn.

“De oude cyclus waarin lage prijzen gevolgd werden door hoge prijzen is niet langer van toepassing”

Wachten op hoge olieprijzen is zinloos
Natuurlijk hebben de oliemaatschappijen het al wel vaker moeilijk gehad. En natuurlijk hebben ze een strategie klaarliggen. En wel de strategie die ze altijd gebruiken: wachten tot de olieprijzen weer stijgen. Maar dat is een zinloze aanpak, zo stellen de onderzoekers. “De oliemarkt maakt fundamentele veranderingen door die worden ingegeven door een technologische revolutie en geopolitieke veranderingen. De oude cyclus waarin lage prijzen gevolgd werden door hoge prijzen is niet langer van toepassing.”

Wat moeten de oliemaatschappijen dan doen? Afslanken. Zo moeten ze bijvoorbeeld alleen nog maar actief zijn in gebieden waar ze een acceptabele opbrengst weten te bewerkstelligen. “Dat vraagt om een enorme verandering in de bedrijfscultuur van de oliemaatschappijen. Het valt nog te bezien of hun management zo’n fundamentele verandering aankan. Als het lukt, komen ze terecht in een geleidelijk verval, maar zullen ze uiteindelijk – op een veel kleinere schaal – overleven. Als ze hun businessmodel niet aanpassen, zal de rest van hun bestaan vervelend, bruut en kort zijn.”