De wapens zijn in opperbeste staat. Maar dat lijkt niet het resultaat te zijn van een slimme bewaringsmethode.

Enkele eeuwen voor Christus werkten honderdduizenden arbeiders aan de bouw van het mausoleum van keizer Qin Shi Huangdi. Daarbij werden er duizenden strijders uit terracotta-klei gekneed, uitgerust met paarden, wagens en wapens. Deze terracottasoldaten vergezelden de overleden keizer in zijn tombe, en moesten de keizer beschermen in het hiernamaals. Later is het Terracottaleger geleidelijk aan bedekt met een drie meter dikke zandlaag. Zo heeft het leger 2200 jaar onder de grond gelegen.

Wapens
In 1974 werden deze strijders teruggevonden, waarvan er 2000 nog in goede staat bleken te verkeren. Ook hun bronzen wapens waren opmerkelijk goed bewaard. Hierdoor speculeerden onderzoekers dat de makers een slimme manier hadden gevonden om de wapens te beschermen tegen metaalcorrosie. Zo zouden ze chroom hebben gebruikt als anti-roest methode. Maar een nieuw onderzoek veegt dat idee nu van tafel.


Chroom
De onderzoekers stellen dat de sporen van chroom die op sommige wapens werden aangetroffen, het resultaat is van slijtage, en niet opzettelijk door de makers is aangebracht. In de studie werden 464 wapens onder de loep genomen. En de onderzoekers ontdekten dat het goedje op slechts 37 wapens terug te vinden is. Daarnaast werd het chroom vooral teruggevonden in de buurt van handgrepen en op de schedes.

Eén van de bronzen zwaarden van het Terracotta-leger. Het zwaard is in uitstekende staat bewaard gebleven, met een glanzend en scherp lemmet. Afbeelding: Zhao Zhen

Lak
De onderzoekers denken dat de makers lak gebruikten om de houten delen van de wapens te behandelen. Door de tand des tijds, is deze lak langzamerhand vergaan. En hierdoor zou op sommige plekken op de wapens chroom zijn ontstaan.

Maar als de makers niet opzettelijk dit goedje hebben aangebracht om de wapens voor slijtage te behoeden, hoe kan het dan dat de wapens van de terracottasoldaten na al die tijd nog steeds in opperbeste staat verkeren? De onderzoekers geven daarvoor een aantal verklaringen. Zo ontdekten ze een hoog tingehalte in een deel van het brons. Ook zou de samenstelling van de grond onder de terracottasoldaten een handje hebben meegeholpen.