Peruaanse archeologen hebben in Lambayeque de restanten van één van de leiders van Sicán ontdekt. Sicán was een beschaving die tussen 700 en 1375 – dus nog voordat de beroemde Inca’s in dit gebied de scepter zwaaiden – opkwam en onderging.

De archeologen deden hun vondst nadat ze van de Peruaanse overheid de opdracht hadden gekregen om de piramides van de Sicán te redden: menselijk ingrijpen en overstromingen hebben de bouwsels ernstig beschadigd. Tijdens de reddingspoging stuitten de archeologen op de zeer verrassende vondst: een graf van de elite.

Hoofdtooi
De leider was begraven in een sarcofaag en droeg een hoofdtooi en een met veren gedecoreerd oogmasker bij zich. Deze attributen wijzen erop dat het om een man van stand gaat. De archeologen vonden ook een ceremonieel mes, keramiek en textiel. Daarnaast ontdekten de wetenschappers twee gouden pincetten in de vorm van een vogel. Deze pincetten werden door de Sicán gebruikt om haren van het gezicht te verwijderen.

Kind
Het is niet voor het eerst dat archeologen in dit gebied menselijke resten vinden. Eerder werden al twintig graven met daarin relatief goed bewaarde lichamen gevonden. Onder deze vondsten was ook het lichaam van een kind van drie of vier jaar oud dat tussen 1100 en 1150 zou zijn overleden.

Beschaving
De Sicáncultuur kwam op tussen 700 en 750 en behield de macht tot 1375. De beschaving bereikte haar hoogtepunt tussen 900 en 1100. In die periode zouden acht heren van Sicán achtereenvolgens de scepter hebben gezwaaid. De Sicán verdwenen nadat de Chimú het gebied veroverden. Dit volk viel de regio omstreeks 1375 binnen en gaat dus ook nog aan de Inca’s vooraf.

De archeologen vermoeden dat overstromingen nog veel meer tombes hebben vernietigd, maar hebben goede hoop dat ze nog andere intacte graven onder de rivierbedding vinden.

Voor foto’s van de vondsten kunt u hier terecht.