De gedachte dat grote grasvelden in een stedelijke omgeving het vrijkomen van CO2 tegengaan, is in een wetenschappelijk onderzoek radicaal van tafel geveegd. Uit de resultaten blijkt dat de totale uitstoot zelfs lager zou zijn als de groene velden niet zouden bestaan. Dat heeft alles te maken met het onderhoud.

De grasvelden zijn bedoeld om CO2 uit de atmosfeer te vissen. De grasplanten kunnen de stof goed gebruiken voor hun fotosynthese en slaan de koolstofdioxide dan ook gretig op. Zo ontstaat als het ware een veldje CO2. Een mooie oplossing. Tenminste, dat leek zo. Bij het onderhoud van de velden komt namelijk meer CO2 vrij dan het gras uit de lucht haalt. De bemesting, het maaien, de bladeren wegblazen en andere vormen van onderhoud brengen vier keer meer CO2 in omloop dan het gras kan opslaan. Dat blijkt uit onderzoek. Vooral de mest is een boosdoener, omdat deze ervoor zorgt dat er distikstofmonoxide in de lucht komt. Deze stof is een 300 keer grotere bedreiging voor het klimaat dan koolstofdioxide.

Gras is populair in stedelijke gebieden en beslaat zo’n 1,9 procent van het continent Amerika. Maar ook siertuinen (veel onderhoud) en atletische velden (worden voortdurend bewerkt en nemen weinig CO2 op) scoren slecht. De conclusie is dan ook simpel. “Het is onmogelijk voor deze velden om als CO2-opslag te dienen, want er wordt teveel brandstof verbruikt om ze te onderhouden,” meent onderzoeker Amy Townsend-Small.