griep

Wie griep heeft, doet er goed aan thuis op de bank te hangen en tv te kijken. Tot die conclusie komen onderzoekers. Afstand nemen van anderen blijkt een zeer doeltreffende manier om een griepepidemie te beperken.

Een griepepidemie is op twee manieren te bestrijden. Met medicijnen en met NPIs (Non-Pharmaceutical Interventions). Een voorbeeld van zo’n NPI is bijvoorbeeld regelmatig je handen wassen. Of contact met zieke mensen vermijden. Maar hoe belangrijk kunnen NPIs nu werkelijk zijn tijdens een epidemie? Heel erg belangrijk, zo schrijven onderzoekers in het blad BMC Infectious Diseases.

Varkensgriep
Ze trekken de conclusie nadat ze de griepepidemie die in april 2009 in Mexico toesloeg, analyseerden. Op 24 april 2009 maakte de Mexicaanse overheid bekend dat er een nieuw griepvirus was opgedoken: A/H1N1 (bijgenaamd: varkensgriep). Alle scholen in Mexico-Stad werden gesloten en mensen werd geadviseerd om zoveel mogelijk afstand van elkaar te nemen. Maar deden de mensen dat ook? En zoja, had dat invloed op het verloop van de epidemie? Om een antwoord te krijgen op die vragen keken de onderzoekers naar hoeveel tv er in Centraal-Mexico in die periode gekeken werd. Want, zo redeneerden de onderzoekers, de tijd die mensen tv kijkend doorbrengen, neemt toe naarmate ze meer tijd thuis doorbrengen en wanneer mensen thuis zijn, komen ze met minder mensen in contact.

Het gewone leven
Uit het onderzoek blijkt dat mensen in eerste instantie sterk gehoor gaven aan de oproep van de overheid. Maar sneller dan de onderzoekers hadden verwacht, legden de mensen vervolgens dat advies naast zich neer. Na enige tijd thuis door te hebben gebracht, gingen mensen toch al vrij snel door met het ‘gewone’ leven (buiten de deur). En het gedrag van mensen had grote invloed op het verloop van de epidemie. “De varkensgriepuitbraak die Mexico-Stad in april 2009 raakte, had veel erger kunnen zijn, maar de verspreiding van het virus werd beperkt doordat mensen (in eerste instantie in ieder geval, red.) afstand namen van elkaar,” stelt onderzoeker Michael Springborn.

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat verschillende sociaal-economische groepen anders op de opdracht van de overheid reageerden. Zo gingen kinderen en mensen met een hoger inkomen in Mexico-Stad in april 2009 meer tv kijken, dan mensen met een lager inkomen. De onderzoekers vermoeden dat dat komt doordat mensen met een lager inkomen minder flexibel zijn in hun werkuren. Beleidsmakers zouden daar volgens de onderzoekers rekening mee moeten houden en juist deze mensen als de volksgezondheid in het gedrang komt tegemoet moeten komen, zodat ook zij aan de oproep van de overheid gehoor kunnen geven.