De herfst is begonnen, en daarmee het nieuwe griepseizoen. Maar wat is griep eigenlijk? En hoe goed werkt de griepprik?

De R zit weer in de maand: het snotterseizoen is aangebroken. Iedere winter vindt er een griepepidemie plaats. Tegenwoordig biedt de overheid een griepprik aan, die bij sommigen veel vragen oproept. Kan je griep krijgen van de griepprik? Is griep wel ernstig genoeg om tegen te vaccineren? Biedt een natuurlijke infectie niet een veel betere bescherming dan een vaccin? Hoe zit het met de veiligheid van dit de griepprik? En waarom moet er elk jaar opnieuw worden geprikt? Na het lezen van dit artikel ben je helemaal op de hoogte.

Griep komt niet door kou
Griepepidemieën vinden altijd plaats in de winter. Termen als ‘kou vatten’ passeren dan de revue. Griep noch verkoudheid wordt echter veroorzaakt door koude lucht; beiden komen door een virusinfectie. De kou speelt indirect wel een rol: bij lage temperaturen blijven virusdeeltjes langer intact en werkt de afweer iets minder goed. Hierdoor kan een infectie gemakkelijker optreden. De belangrijkste reden dat griep en verkoudheid in winter voorkomen, is echter dat mensen bij koud weer binnen blijven en dicht op elkaar zitten, wat de kans op besmetting sterk vergroot.

“Het ‘griepje’ waarmee je een dagje thuisblijft, is helemaal geen griep”

Griep of verkoudheid?
Iedereen is wel eens verkouden. Hoewel het vervelend is, is dat geen reden om er een vaccin tegen te ontwikkelen. Het ontwikkelen van een vaccin kost veel geld, en er is altijd een (kleine) kans op bijwerkingen. Daarom wordt een vaccinatie alleen ontwikkeld als het voorkomen van de ziekte veel levens zal redden. Voor de griep is dit het geval. De enige overeenkomst tussen griep en verkoudheid is dat het allebei virusinfecties in de luchtwegen zijn. De twee ziektes worden veroorzaakt door verschillende virussen. Griep is bovendien een stuk ernstiger dan een verkoudheid, en gelukkig ook een stuk zeldzamer. Het officiële aantal infecties per jaar ligt op ongeveer 170 op de 100.000 mensen, al ligt het werkelijke aantal waarschijnlijk hoger omdat niet iedereen zijn ziekte meldt bij de huisarts. Ongeveer 1% van de geregistreerde grieppatiënten moet in het ziekenhuis worden opgenomen, en ieder jaar overlijden er in Nederland tussen de 70 en 400 mensen aan griep. Deze aantallen zijn wel aan het afnemen omdat steeds meer mensen gevaccineerd worden. Het ‘griepje’ waarmee je een dagje thuisblijft, is dus geen griep maar een verkoudheid. Echte griep gaat gepaard met dagenlange hoge koorts, spierpijn, moeheid en keelpijn met droge hoest, en duurt ongeveer een week. Het meest opvallende aan de griep is dat het zich heel plotseling openbaart: het ene moment voel je je kerngezond, enkele uren later lig je ijlend in bed met hoge koorts.

Afweer tegen griep
Het griepvirus wordt pas effectief bestreden als een specifieke afweerreactie actief is. Deze reactie is erg ingewikkeld en het duurt daarom ongeveer een week voordat dit deel van het immuunsysteem op gang komt (zie de afbeelding hieronder). De reactie bestaat uit twee componenten: de ene neutraliseert het in de luchtwegen aanwezige virus door het te bedekken met zogenaamde antistoffen. Dit zorgt ervoor dat het virus gemakkelijker opgeruimd kan worden, en voorkomt tegelijkertijd dat het nog cellen kan infecteren. De andere component van de afweerreactie richt zich op al geïnfecteerde cellen: deze worden herkend door het immuunsysteem en gedood, om te voorkomen dat de geïnfecteerde cellen nieuwe virusdeeltjes maken. Het is niet voor niks dat de duur van de griep samenvalt met het ontstaan van deze specifieke afweerreactie: pas zodra deze afweerreactie actief is, wordt het virus gericht en effectief tegengehouden. Bij mensen met een verzwakte afweer zal deze specifieke reactie minder snel of minder sterk optreden, waardoor de ziekte langer duurt.

Boven: het griepvirus bindt aan een lichaamscel, die hij vervolgens infecteert. Geïnfecteerde cellen produceren nieuwe virusdeeltjes, die op hun beurt de infectie verspreiden naar nieuwe cellen. Onder: zodra het specifieke immuunsysteem actief wordt, wordt de virusinfectie geremd. Dit gebeurt ofwel door het doden van de geïnfecteerde cellen, waarmee de productie van nieuwe virusdeeltjes wordt voorkomen (links), ofwel door het neutraliseren van uitgescheiden virusdeeltjes met behulp van antistoffen (links). Geneutraliseerde virussen kunnen geen cellen meer infecteren en worden gemakkelijker opgeruimd door het immuunsysteem. Afbeelding: Anouk Schuren.

Boven: het griepvirus bindt aan een lichaamscel, die hij vervolgens infecteert. Geïnfecteerde cellen produceren nieuwe virusdeeltjes, die op hun beurt de infectie verspreiden naar nieuwe cellen. Onder: zodra het specifieke immuunsysteem actief wordt, wordt de virusinfectie geremd. Dit gebeurt ofwel door het doden van de geïnfecteerde cellen, waarmee de productie van nieuwe virusdeeltjes wordt voorkomen (links), ofwel door het neutraliseren van uitgescheiden virusdeeltjes met behulp van antistoffen (links). Geneutraliseerde virussen kunnen geen cellen meer infecteren en worden gemakkelijker opgeruimd door het immuunsysteem. Afbeelding: Anouk Schuren.

Hoelang ben je besmettelijk?
Bij griep ben je besmettelijk vanaf de dag vóórdat de eerste symptomen optreden tot meestal 5-7 dagen erna. Je kunt dus al andere mensen besmetten voordat je zelf weet dat je het virus hebt opgelopen. Het meeste virus wordt uitgescheiden in de periode met de ernstige symptomen, maar ook als de koorts is afgenomen en de specifieke afweer op gang is gekomen, duurt het nog even voordat al het virus is opgeruimd. Totdat dit het geval is, ben je besmettelijk voor andere mensen. Als de afweer minder sterk is, duurt het langer voordat het virus is opgeruimd en dus niet meer kan worden uitgescheiden. Zo zijn jonge kinderen al enkele dagen vóór de eerste symptomen besmettelijk tot zo’n 10 dagen erna.

Jaarlijks krijgen tussen de drie en vier miljoen Nederlanders een griepprik.

Jaarlijks krijgen tussen de drie en vier miljoen Nederlanders een griepprik.

Vaccinatie
Een vaccin (in dit geval de griepprik) werkt op een vergelijkbare manier als een brandoefening: door de afweer al eens te laten ‘oefenen’ zonder gevaar, kan er adequater gereageerd worden wanneer er daadwerkelijk iets aan de hand is. De specifieke afweer, die normaal gesproken een week nodig heeft om op gang te komen, kan dit veel sneller doen als het zijn strategie al eens heeft geoefend. Zo’n oefening kan een eerdere infectie zijn met exact hetzelfde virus, of een vaccinatie. Na zo’n ervaring wordt de reactietijd van de specifieke afweer verkort van een week tot slechts enkele uren, waardoor een (nieuwe) infectie voorkomen wordt. Het voordeel van een vaccinatie is dat – vergelijkbaar met een brandoefening – de gevaarlijke situatie direct onder controle kan worden gehouden, zonder dat daar een eerdere gevaarlijke ziekte aan vooraf hoeft te zijn gegaan.

De griepprik
De griepprik bevat delen van gedode griepvirusdeeltjes. Deze kunnen geen koorts of griep veroorzaken – ze zijn immers dood. Het immuunsysteem herkent wel de aanwezigheid van iets wat niet in het lichaam thuishoort en bouwt zo een specifieke afweerreactie op, net als wanneer er een echte infectie zou zijn. De reactie is echter minder sterk dan bij een echte infectie, omdat de virussen in de griepprik dood zijn. Daarom wordt er aan een vaccin ook een hulpstof (adjuvans) toegevoegd die het immuunsysteem prikkelt om extra actief te worden: hoe actiever de afweerreactie na vaccinatie, des te beter de bescherming is als er later een echte infectie optreedt. Eventuele bijwerkingen van vaccinatie (roodheid, zwelling en pijn op de plaats van de injectie, of soms koorts) worden meestal veroorzaakt door dit adjuvans.

“De griepprik redt jaarlijks duizenden levens”

Veiligheid van de griepprik
Er zijn wel eens vragen over de veiligheid van de griepprik, en die zijn meestal gerelateerd aan de hulpstoffen die erin zitten. Voordat een vaccin echter geregistreerd mag worden, is een fabrikant verplicht om de veiligheid van deze hulpstof aan te tonen middels dierproeven en proeven op testpersonen. Ook al wordt er elk jaar een nieuwe griepprik ontwikkeld (zie ook hieronder), deze hulpstoffen zijn altijd hetzelfde waardoor veiligheid is gegarandeerd. Het vaccin wordt slechts toegespitst op de specifieke griepstammen die dat jaar een epidemie zullen veroorzaken.

Extra duwtje
In 2009 ontstond ophef omdat enkele mensen die een griepprik hadden gehad tegen de Mexicaanse griep, last kregen van de zeldzame ‘slaapziekte’ (narcolepsie). Hoewel slechts een klein percentage van de gevaccineerden deze ziekte ontwikkelde en een verband lange tijd onduidelijk was, denkt men nu toch dat de vaccinatie een rol kan hebben gespeeld. De immuuncellen die geactiveerd werden door het vaccin, herkenden structuren van het virus die leken op celstructuren van hersencellen in het slaapcentrum. De geactiveerde immuuncellen dachten daarom dat er een infectie plaatsvond in het slaapcentrum van de hersenen en vielen dit aan. In mensen die al een genetische aanleg hadden voor het ontstaan van deze slaapziekte, gaf dit een extra duwtje waardoor de ziekte zich openbaarde. Dit is echter een zeer zeldzame gebeurtenis geweest en zeker geen reden om het vaccin niet te gebruiken: de vaccinatie redt jaarlijks duizenden levens van mensen die anders aan griep waren overleden.

WIST JE DAT…
…er een goede reden is voor het feit dat alleen risicogroepen en hun omgeving de griepprik krijgen? Natuurlijk spelen de kosten een rol. Maar de griepprik is er met name alleen voor risicogroepen en omgeving omdat er ieder jaar in korte tijd heel veel van het vaccin moet worden gemaakt en er simpelweg niet genoeg is om iedereen te kunnen vaccineren.

Moet ik als gezond persoon een griepprik halen?
Kinderen, ouderen of volwassenen met verminderde weerstand of andere ziektes hebben het grootste risico op een ernstig verloop als ze griep krijgen. Daarom krijgen deze groepen de griepprik ieder jaar gratis aangeboden. Ook mensen die zelf gezond zijn, maar wel veel contact hebben met risicogroepen (zoals medewerkers in de zorg of mensen die met kleine kinderen werken) kunnen er goed aan doen een griepprik te halen. Zelf zul je de griep wel overleven, maar als je je kwetsbare omgeving besmet, kan het verloop bij hen levensgevaarlijk zijn. Wanneer je gevaccineerd bent, ruimt de afweer het virus zo snel op dat je het virus ook niet bij je draagt en dus (vrijwel) niet besmettelijk bent. Gezonde mensen geven soms als reden om geen griepprik te halen, dat een natuurlijke infectie een veel betere bescherming geeft dan een griepprik: als je één keer griep hebt gehad, ben je daarna levenslang beschermd. Een natuurlijke infectie geeft inderdaad een sterkere en levenslange bescherming, maar wel alleen tegen de variant van de oorspronkelijke infectie. Omdat er ieder jaar andere varianten circuleren, biedt de griepprik, die ieder jaar wordt toegespitst op de varianten van dat moment, een veel betere bescherming.

Ieder jaar opnieuw
In tegenstelling tot vaccinaties tegen kinderziektes moet er tegen griep ieder jaar opnieuw worden gevaccineerd. Dat komt omdat er talloze verschillende stammen van de griep zijn, die niet allemaal aan een vaccin kunnen worden toegevoegd (zie de afbeelding hieronder). De griepepidemie wordt elk jaar door een andere variant van het griepvirus veroorzaakt. Ieder jaar worden de drie stammen geselecteerd die de grootste kans hebben om dat jaar een epidemie te veroorzaken. Sinds vorig jaar is er ook een vaccin op de markt dat vier griepstammen bevat en dus nog breder beschermt. De keuze voor bepaalde stammen wordt gemaakt door de wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die wereldwijd en gedurende het jaar onderzoekt welke griepstammen er circuleren. Het vaccin is nooit hetzelfde als dat van het jaar ervoor, en eerdere griepvaccinaties bieden over het algemeen dan ook geen bescherming voor het nieuwe griepseizoen. Na de voorspelling van de Wereldgezondheidsorganisatie hebben fabrikanten enkele maanden de tijd om snel veel vaccin te produceren en te testen op veiligheid. Ze gebruiken hiervoor een prototype-vaccin, dat alle constante delen van het virus al bevat. Alleen de stukken die elk jaar verschillen hoeven nog toegevoegd te worden. Dit zorgt ervoor dat er niet alleen sneller vaccin gemaakt kan worden, maar ook dat de veiligheid gegarandeerd wordt. Helaas biedt een griepprik niet altijd bescherming. De keuze voor de drie of vier griepstammen die in het vaccin komen, wordt enkele maanden van tevoren gemaakt omdat er tijd moet zijn om de vaccins te kunnen produceren. Soms blijkt een onverwachte variant de kop op te steken, en in zeldzame gevallen ontstaat er zelfs een totaal nieuwe variant. Tegen deze varianten zijn de huidige vaccins niet opgewassen.

Op weg naar een universeel griepvaccin
Met het huidige griepvaccin lopen we achter de feiten aan. Ieder jaar verandert het griepvirus en moeten we opnieuw voorspellingen doen over de stammen die voor zullen komen en vervolgens in no-time vaccins maken die niet eens altijd bescherming bieden. Wetenschappers zijn zich hier terdege van bewust en proberen al jaren een vaccin te ontwikkelen dat beschermt tegen alle soorten griep. Het maken van zo’n universeel vaccin is helaas nog niet zo gemakkelijk. De huidige griepprik stimuleert een afweerreactie tegen een structuur (hemaglutinine, afgekort tot H of HA; zie de afbeelding hieronder) die op de buitenkant van het virus zit. Deze structuur vertoont gelijkenissen met een lolly: het heeft een stok en een bolletje, dat voorkomt in verschillende ‘smaken’. Iedere griepstam heeft een andere variant (‘smaak’) van dit bolletje.

Met de klok mee: een virusdeeltje van het griepvirus, met hemaglutinine (H) op de oppervlakte. Een vergroting van deze structuren laat zien dat antistoffen uit 2015 (rood) wel bescherming bieden in dat jaar, maar niet in de jaren erop. De griepprik zorgt ieder jaar voor antistoffen tegen de variant uit het corresponderende jaar. In de toekomst is er misschien een universeel vaccin, dat een reactie tegen de steel van het hemaglutinine zou kunnen geven en daarmee blijvend bescherming biedt. Linksonder: microscopie-opname van griepvirusdeeltjes. De hemaglutinine structuren zijn zichtbaar op de buitenkant. Foto gemaakt door C.S. Goldsmith en A. Balish van de Amerikaanse Centers of Disease Control (CDC). Afbeelding: Anouk Schuren.

Met de klok mee: een virusdeeltje van het griepvirus, met hemaglutinine (H) op de oppervlakte. Een vergroting van deze structuren laat zien dat antistoffen uit 2015 (rood) wel bescherming bieden in dat jaar, maar niet in de jaren erop. De griepprik zorgt ieder jaar voor antistoffen tegen de variant uit het corresponderende jaar. In de toekomst is er misschien een universeel vaccin, dat een reactie tegen de steel van het hemaglutinine zou kunnen geven en daarmee blijvend bescherming biedt. Linksonder: microscopie-opname van griepvirusdeeltjes. De hemaglutinine structuren zijn zichtbaar op de buitenkant. Foto gemaakt door C.S. Goldsmith en A. Balish van de Amerikaanse Centers of Disease Control (CDC). Afbeelding: Anouk Schuren.

Een afweerreactie tegen het griepvirus richt zich echter het gemakkelijkst tegen dit bolletje van de H-structuren. Dat werkt erg efficiënt zo lang het dezelfde stam van het virus betreft, maar biedt geen bescherming tegen andere varianten. Het huidige vaccin stimuleert de afweerreactie die het sterkst aanwezig is. Omdat dit met name een reactie is op het bolletje, biedt deze reactie geen bescherming tegen andere stammen. Onderzoekers proberen daarom om betere afweerreacties op te roepen tegen de stok van deze H-structuren (zie de afbeelding hierboven). Zo’n reactie kan bescherming bieden tegen meerdere griepstammen – misschien wel tegen allemaal. Zo wordt er onderzoek gedaan naar vaccins waarbij het bolletje van de H-structuren is verwijderd, zodat een reactie wel plaats móet vinden tegen de stok, of naar meerdere vaccinaties met virussen die onderling zó erg verschillen qua bolletjes, dat de kans op een reactie tegen de stok groter is. Het voordeel van meerdere vaccinaties achter elkaar is bovendien dat het immuunsysteem deze reactie een mensenleven lang kan onthouden en bescherming blijft bieden.

Anouk Schuren (1990) heeft Biomedische Wetenschappen gestudeerd aan de Universiteit Utrecht en doet momenteel promotieonderzoek bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Zij hoopt haar wetenschappelijke kennis te kunnen gebruiken om onderwerpen over biologie, medische wetenschap en duurzaamheid toegankelijk te maken voor een breed publiek.