De meeste mensen doen er alles aan om ze te bedekken: grijze haren. Maar voor wilde zwijnen ligt de situatie heel anders: in hun geval zijn grijze haren juist een heel goed teken!

Dat blijkt uit nieuw onderzoek. Zwijnen met roodachtig haar, hadden meer last van oxidatieve stress. Hier is sprake van wanneer er beschadigingen aan cellen of DNA optreden doordat schadelijke stoffen zich opeenstapelen. Zwijnen met grijze haren waren juist een stuk fitter en hadden minder last van oxidatieve stress. Dat meldt het blad Physiological and Biochemical Zoology.

Hoe kan dat?
Het meeste pigment in de huid en haren van een dier wordt geproduceerd door chemicaliën die we melanine noemen. Deze chemicaliën zijn er in twee varianten: eumelanine (produceert grijze, donkere haren) en feomelanine (produceert roodbruine kleuren). Bij de productie van laatstgenoemd pigment wordt glutathion (GSH) verbruikt. En dat is een belangrijke antioxidant: een stofje dat schadelijke stoffen die leiden tot oxidatieve stress uit ons lichaam haalt.

Eerder onderzoek

De resultaten onderschrijven eerder onderzoek. Hieruit bleek dat vogels en andere dieren die veel pheomelanine produceren daar fysiek wel iets voor in moeten leveren. Onderzoek onder mensen met rood haar heeft aangetoond dat zij een iets grotere kans lijken te hebben op kanker.

Zwijnen
De onderzoekers bestudeerden zwijnen met roodachtig en grijs haar. Zo achterhaalden ze bijvoorbeeld hoeveel GSH de zwijnen in hun spieren hadden. De dieren die veel feomelanine hadden, hadden weinig GSH in hun spieren en ook meer last van oxidatieve stress. Het produceren van rood pigment, nodig om roodachtig haar te krijgen, vergt dus de inzet van een kostbaar antioxidant. Dat antioxidant zou – wanneer het niet wordt ingezet om rood haar te produceren – de schadelijke stoffen die leiden tot oxidatieve stress kunnen bestrijden. “Dat suggereert dat bepaalde kleuren belangrijke consequenties hebben voor wilde zwijnen,” stelt onderzoeker Ismael Galván.

Evolutie
Wellicht vraagt u zich af waarom er dan nog steeds roodbruine zwijnen zijn. Men zou verwachten dat zo’n negatieve eigenschap door evolutie langzaam zou verdwijnen. Galván heeft wel een idee hoe de roodbruine vacht toch in de race kon blijven. Wanneer feomelanine GSH consumeert, wordt ook een ander stofje geconsumeerd. Dit stofje maakt deel uit van GSH en is in grote hoeveelheden giftig. Pheomelanine kan wel eens geëvolueerd zijn vanwege dit stofje: het zorgt ervoor dat het wordt verwijderd.

Grijs haar is dus een goed teken voor wilde zwijnen. “Zwijnen die grijzend haar hadden, waren juist degenen met de beste conditie en de minste oxidatieve stress.”