BIOLOGIE  Het is een dier én een plant. Rara, wat is het? Het juiste antwoord luidt: een groene zeeslak. De slak is – net als planten – in staat om bladgroen (chlorofyl) te produceren. Hoe? Het dier steelt de benodigde genen uit de cellen van algen door deze op te eten en wordt zo zelf geleidelijk aan gedeeltelijk plant.

De groene zeeslak is in staat om – net als planten – zonlicht om te zetten in groen pigment, concludeert onderzoeker Sidney K. Pierce van de Universiteit van Zuid-Florida. De slakken kunnen dat helemaal zelf en hebben niet langer algen nodig om het portie bladgroen voor hen te creëren. “Dit zou wel eens een fusie van een plant en een dier kunnen zijn. Dat is gewoon cool,” meent zoöloog John Zardus.

Het is bekend dat microben genen gemakkelijk als ruilmiddel gebruiken, maar dat deze slak dat ook kan, is helemaal nieuw. Pierce benadrukt dat deze groene zeeslak zich onderscheidt van microben. De microben nemen namelijk hele cellen, terwijl de slak enkel de fotosynthesedeeltjes uit de algen die hij eet, overneemt.

Eén maaltijd algen met de benodigde cellen is genoeg voor een heel slakkenleven (ongeveer één jaar). Zolang de slak maar regelmatig gaat zonnebaden en zo het proces van fotosynthese mogelijk maakt. Er zijn aanwijzingen dat de cellen uit algen niet altijd door het eten van algen binnenkomen. Zo zijn er ook slakken die nog nooit een alg van dichtbij hebben gezien en toch over de ‘fotosynthese-genen’ beschikken. Slakken die al enkele maanden niet gegeten hadden en geen ontlasting meer hadden, bleken ondanks hun ‘lege’ lijf nog wel fotosynthese-genen in het lichaam te hebben. Het lijkt er dan ook op dat hier de evolutie om de hoek komt kijken. En dat brengt sommige wetenschappers enigszins in verwarring. “Bizar,” meent bioloog Gary Martin. “De stappen in evolutie kunnen wel eens creatiever zijn dan ik me ooit had kunnen voorstellen.”