groenland

De kilometers dikke ijskap op Groenland bevat fosfor. Dit niet-metaal bevindt zich in de atmosfeer en belandt op het ijs wanneer het regent.

Wetenschappers van de universiteit van Kopenhagen hebben het Groenlandse ijs onderzocht. De hoeveelheid fosfor in de ijskern fluctueert. Volgens de onderzoekers zijn deze verschillen veroorzaakt door warme en koude perioden. In warme perioden belandde er tien keer minder fosfor op het Groenlandse ijs dan in koude perioden.

Het is belangrijk om te weten hoeveel fosfor er aanwezig is in de Groenlandse ijskap. Wanneer de aarde opwarmt, smelt er veel (zee)ijs, waardoor voedingsstoffen – zoals fosfor – in de oceaan terecht komen. De voedingsstoffen zorgen er vervolgens voor dat de algenpopulatie bloeit. Dit komt goed uit, want algen kunnen we gebruiken om biobrandstof te maken. Algen produceren tevens veel zuurstof en zijn daarnaast een bron van voedsel voor veel zeedieren en voor mensen.

De laatste ijstijd duurde ongeveer 100.000 jaar en eindigde 12.000 jaar geleden. Ongeveer 25.000 jaar geleden bereikte de hoeveelheid fosfor een piek. Toen was het zeer koud. Maar waarom belandt er juist in koude tijden meer fosfor op het noordpoolijs? Het kan te maken hebben met vulkanische erupties. Vulkanen spuwen as en zwavel in de atmosfeer, waardoor de atmosfeer verzuurt en fosfor oplost in het stof van stofstormen. Deze stofdeeltjes belanden vervolgens weer op het noordpoolijs.

De afgelopen 75 jaar is er weinig fosfor op het ijs terecht gekomen. “Dit is verrassend, omdat we veel mest gebruiken en afval verbranden”, zegt onderzoeker Helle Astrid Kjær. “Waarschijnlijk is er al wel meer fosfor vrijgekomen in de natuur, alleen heeft het nog niet Groenland bereikt.”