De intensieve jacht op walrussen zou ook de Vikingen zelf uiteindelijk de kop hebben gekost, aldus een Britse archeoloog.

Toen de Noorse Erik de Rode in 982 uit IJsland werd verbannen, besloot hij op zoek te gaan naar nieuw land. Hij vond Groenland en stichtte hier aan de westkust twee koloniën. De Noorse gemeenschappen in Groenland bloeiden, totdat ergens in de 15e eeuw de kolonies plotseling en op mysterieuze wijze verdwenen en alleen ruïnes achterlieten. Lange tijd was onduidelijk wat precies het einde van de Groenlandse vikingen heeft ingeluid. Maar een nieuwe studie naar de plaatselijke walrussen licht een tipje van de sluier.

Handel
Walrusivoor afkomstig van de enorme slagtanden van het dier was een waardevol Middeleeuws handelsproduct. Het was een luxegoed, waar bijvoorbeeld schaakstukken of sierlijke kruisbeelden van werd gemaakt. Nadat IJsland zijn eigen populaties walrussen had afgeslacht, had Groenland eeuwenlang het monopolie op het waardevolle materiaal. Zeker vierhonderd jaar ging het de Groenlandse vikingen voor de wind en joegen op de dieren in ruil voor ijzer en hout. Maar toen sloeg de markt om. De mode veranderde. In toenemende mate kwam olifantenivoor in trek en overspoelde de Europese markten. “We vermoeden dat dalende waarden van walrusivoor in Europa betekenden dat er steeds meer slagtanden nodig waren om de Groenlandse kolonies economisch gezien in leven te houden,” vertelt onderzoeksleider James Barret.


Lewis-schaakstukken – bestaande uit 79 stukken – zijn gemaakt van walrusivoor en stamt uit de 12e eeuw. Afbeelding: Fernando Pascullo

Analyse
Om erachter te komen waar al deze bejaagde walrussen precies vandaan kwamen, bogen de onderzoekers zich in totaal over 67 schedelfragmenten die uit heel Europa werden gehaald en dateren tussen de 11e en 15e eeuw. Oud DNA en stabiele isotopen gaven vervolgens aanwijzingen over het geslacht en de oorsprong van de dieren. De onderzoekers ontdekten een opvallende verschuiving. De walrussen blijken namelijk het meest overeen te komen met populaties die in de wateren rond Baffinbaai leven; een zee tussen de Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee. Dit betekent dat de Groenlandse vikingen – in een wanhopige poging om meer walrusivoor te verkrijgen – lange en verraderlijke reizen maakten en steeds verder noordwaarts trokken.

Kleinere dieren
Ook kwamen de onderzoekers erachter dat het ivoor in de loop van de tijd van kleinere dieren afkomstig was, zoals vrouwtjes en jongen. Dit betekent dat grotere mannetjes steeds lastiger te vinden waren en de jagers genoegen namen met kleinere dieren. “De walrussen die op de oorspronkelijke plekken voorkwamen waren door de massajacht uitgeroeid,” licht Barret verder toe. “Onze bevindingen suggereren dat jagers gedwongen werden dieper de Noordpoolcirkel in te trekken op zoek naar steeds minder ivoor. Hierdoor werden niet alleen walruspopulaties uitgeroeid; het betekent eveneens een einde aan de eens zo bloeiende walrushandel.”

Schedelfragmenten afkomstig uit heel Europa die werden geanalyseerd als onderdeel van de studie. Afbeelding: Barrett et al.

Klimaatverandering
Toch blijkt de afhankelijkheid van walrusivoor niet de enige factor te zijn in de ondergang van de Groenlandse vikingen. Ook klimaatverandering deed een duit in het zakje. Terwijl de inwoners worstelden met dalende ivoorprijzen en walruspopulaties, kregen ze ook nog eens een zogenoemde ‘Kleine IJstijd’ te verduren. De kolonisten moesten een aanhoudende periode van lage temperaturen doorstaan en als klap op de vuurpijl maakte ook de epidemische ziekte de Zwarte Dood vele slachtoffers.


Al met al biedt de studie nieuw inzicht in de geschiedenis van Groenland en zijn bewoners. Overbejaging van de walrussen roeide niet alleen deze diersoort steeds verder uit, maar kostte uiteindelijk ook de vikingen zelf de kop. “Er moet een punt zijn gekomen waarop de situatie onhoudbaar werd,” zegt Barret. “En dit heeft de veerkracht van de Groenlandse koloniën uiteindelijk ondermijnd.”