In de corona-hotspot Gangelt lijkt nog maar 14% van de inwoners immuun te zijn.

Net over de Nederlandse grens, zo ongeveer ter hoogte van Sittard, ligt de Duitse gemeente Gangelt. Met iets meer dan 12.000 inwoners is het een vrij kleine gemeente waar menigeen wellicht zelfs in Duitsland zelf tot voor kort nog nooit van gehoord had. Maar dat veranderde zo half februari, toen de gemeente uitgroeide tot een corona-hotspot. Na de carnavalsfestiviteiten in de gemeente – die door talloze bewoners en mensen van buitenaf werden bijgewoond – ontwikkelden meerdere carnavalsvierders griepachtige klachten: ze waren besmet geraakt met het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2.

Steekproef
Inmiddels zijn we bijna twee maanden verder en vroegen onderzoekers zich af hoe het er nu in de gemeente voorstaat. Hoeveel mensen zijn – wellicht zonder het zelf in de gaten te hebben gehad – besmet geraakt met het virus? En hoeveel mensen maken op dit moment een infectie door? Om die vragen te kunnen beantwoorden, werd er een steekproef op poten gezet. 600 huishoudens werd gevraagd om mee te werken, waarvan er 400 hun medewerking toezegden. Het gaat in totaal om ongeveer 1000 mensen. Zij kregen wat vragen voorgelegd, ook werd er een uitstrijkje van de keel gemaakt om te kijken of zij het virus momenteel bij zich droegen. Daarnaast werd er bloed afgenomen, om te kijken of deze mensen al antistoffen tegen het virus in hun bloed hadden oftewel: of ze reeds immuun waren voor het virus.


Inmiddels zijn de eerste resultaten van het onderzoek – gebaseerd op data van zo’n 500 inwoners – binnen. En het onderzoek wijst uit dat ongeveer 14% van de deelnemers aan het onderzoek reeds antistoffen tegen het virus in het bloed heeft. Dat betekent dat ongeveer 14% reeds door het virus geïnfecteerd is. Ongeveer 2% van de deelnemers bleek het virus nog onder de leden te hebben.

Groepsimmuniteit
Daarmee lijkt groepsimmuniteit in deze gemeente – in ieder geval op basis van de voorlopige resultaten van deze steekproef – ver weg. Want eerder schatten wetenschappers dat van groepsimmuniteit (zie kader) pas sprake is als ongeveer 60% van de populatie het virus heeft gehad.

Als mensen het nieuwe coronavirus oplopen en overleven, zijn ze er immuun voor. Hun lichaam kent het virus, heeft er antistoffen tegen aan gemaakt en kan – als ze weer met het virus in aanraking komen – gelijk in actie komen. Hierdoor kan het virus deze mensen niet meer infecteren. En kunnen deze mensen het virus ook niet meer op anderen overdragen. Je kunt je voorstellen dat als een groot deel van een populatie immuun is voor een virus, het steeds lastiger wordt voor een virus om zich te verspreiden. En daarmee wordt de kans dat het virus iemand weet te bereiken die nog niet immuun is, ook kleiner. In een scenario waarin een zodanig groot deel van de bevolking het virus gehad heeft, dat het zich niet meer kan verspreiden en ook mensen die het virus nog niet gehad hebben zich dankzij hun immune medemens beschermd mogen weten, kunnen we spreken van groepsimmuniteit. “Hoeveel mensen immuun moeten zijn om ons van groepsimmuniteit te kunnen verzekeren, is afhankelijk van hoe besmettelijk de ziekte is,” zo vertelde epidemioloog Hassan Vally, verbonden aan La Trobe University, eerder aan Scientias.nl. “We meten de besmettelijkheid door het berekenen van het reproductiegetal: Ro. Hoe hoger Ro uitvalt, hoe gemakkelijker een ziekte zich door een populatie verspreidt. En hoe gemakkelijker een ziekte zich verspreidt, hoe meer mensen er immuun moeten zijn om de verspreiding van het virus te stoppen. Voor COVID-19 weten we – en dat is heel begrijpelijk, want het is een nieuw virus – nog niet precies wat het reproductiegetal is. Maar we denken dat het waarschijnlijk ergens tussen de 1.4 en 2.5 ligt. De huidige data suggereren dus dat elke besmette persoon gemiddeld 1.4 tot 2.5 andere mensen besmet. Afgaand op die aanname moet ongeveer 60% van de bevolking immuun zijn alvorens er sprake kan zijn van groepsimmuniteit.”

Asymptomatische patiënten
Een andere conclusie die op basis van dit onderzoek getrokken kan worden, is dat een groot deel van de populatie het virus oploopt, maar daar niet of nauwelijks iets van merkt. Dat kunnen we onder meer opmaken uit de sterftecijfers in Gangelt. Op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten blijkt dat 0,37% van de mensen die door het virus geïnfecteerd worden ook aan de gevolgen van deze virusinfectie overlijden. Het sterftepercentage ligt in Gangelt opvallend lager dan in de rest van Duitsland waar zo’n 1,98 procent van de besmette mensen overlijdt. Het verschil is volgens de onderzoekers te verklaren doordat in de steekproef alle geïnfecteerde mensen – ook degenen zonder of met weinig symptomen – zijn opgespoord. En vervolgens is er gekeken welk percentage van deze mensen aan de gevolgen van het virus bezwijkt. Dat percentage ligt vanzelfsprekend veel lager dan wanneer je alleen kijkt welk percentage van de mensen met (ernstige) symptomen overlijdt.


Het onderzoek bevestigt wat onder meer virologen al langer roepen: de strijd tegen het nieuwe coronavirus en het bereiken van groepsimmuniteit gaat tijd kosten. Het blijft dan ook van groot belang, zo benadrukken de Duitse onderzoekers, om voorlopig de beperkende maatregelen in acht te nemen en deze als de tijd daar rijp voor is voorzichtig en stapsgewijs af te bouwen. Hoelang het gaat duren voor we het normale leven zoals we dat tot voor kort kenden, weer kunnen omarmen, blijft onduidelijk. Eerder suggereerden wetenschappers dat beperkende maatregelen mogelijk nog zeker 12 tot 18 maanden nodig zijn.