Planetoïden en kometen zouden samen 63 ton koolstof naar de rode planeet brengen.

Dat concludeert een internationaal team van onderzoekers – waaronder ook enkele Nederlanders – in het blad Icarus. De wetenschappers baseren zich op computersimulaties.

Stofdeeltjes
Marsrover Curiosity ontdekte een paar jaar geleden overblijfselen van organische moleculen op Mars. En sinds die tijd vragen onderzoekers zich af hoe die organische moleculen op de rode planeet zijn beland. Tot voor kort was de heersende theorie dat de moleculen mee waren gelift op interplanetaire stofdeeltjes. Die stofdeeltjes zijn zeer talrijk in ons zonnestelsel en je bent er ongetwijfeld al eens getuige van geweest dat ze ook onze atmosfeer binnen zijn gedrongen (dat resulteert namelijk in ‘vallende sterren’).

Supercomputer
Maar sommige onderzoekers vermoedden dat de stofdeeltjes niet alleen verantwoordelijk waren voor de organische moleculen op Mars; ook planetoïden en kometen zouden wel eens een rol kunnen spelen. Om dat idee verder te verkennen, bouwden Nederlandse en Amerikaanse onderzoekers een computermodel van ons zonnestelsel (bestaande uit de zon, de planeten en honderdduizenden planetoïden en kometen). Vervolgens lieten ze de supercomputer van de Rijksuniversiteit Groningen een paar weken aan het computermodel rekenen.

63 ton
De computersimulaties suggereren dat Mars jaarlijks zo’n 192 ton koolstof mag verwelkomen. Het grootste deel (zo’n 67%) is afkomstig van interplanetaire stofdeeltjes. Maar ook planetoïden en kometen doen een duit in het zakje door respectievelijk 50 en 13 ton organisch materiaal op de rode planeet af te zetten. Dat is – wederom respectievelijk – zo’n 26% en 7% van de totale hoeveelheid organisch materiaal die jaarlijks op Mars landt.

Een iets meer dan een kilometer brede krater op Mars. Afbeelding: NASA / JPL / University of Arizona.

Inslagkraters
Het onderzoek geeft ons een goede reden om huidige en toekomstige Marsrovers in de buurt van inslagkraters van planetoïde te laten zoeken naar organisch materiaal. Want op basis van dit onderzoek mag je verwachten dat dat juist in en rondom die inslagkraters rijkelijk aanwezig is. Daarnaast kan het onderzoek ook implicaties hebben voor de zoektocht naar buitenaards leven op planeten buiten ons zonnestelsel. “Bij andere sterren zijn er namelijk ook exo-planetoïden en exokometen,” vertelt onderzoeker Kateryna Frantseva. “Die kunnen de oppervlakken van exoplaneten voorzien van koolstof. Als er dan ook nog water aanwezig is, dan heb je in ieder geval de vereiste ingrediënten voor leven.”

Voor de onderzoekers een blik gaan werpen op exoplaneten willen ze echter eerst naar de planeet Mercurius gaan kijken. Eerder is op deze planeet water aangetroffen en simulaties moeten nu uitwijzen hoeveel water planetoïden en kometen op de binnenste planeet van ons zonnestelsel kunnen afzetten. Als daar meer duidelijkheid over is, zullen de onderzoekers hun pijlen richten op planeten rond andere sterren.