Archeologen hebben in Guatemala een groot hoofd van de Maya’s gevonden. Het beeld is drie meter breed en drieënhalve meter hoog. De vondst bewijst dat het Maya-stadje dat in deze regio is aangetroffen wellicht ooit groot en belangrijk was. Het beeld lag eeuwenlang begraven in de ruïnes van Chilonche.

Het Maya-hoofd stamt uit het begin van de klassieke periode en zou ergens tussen 300 en 600 na Christus gemaakt zijn. En dat is verrassend, omdat archeologen lang dachten dat het stadje waar het beeld onderdeel van is, jonger was.

Grote vraag is nu natuurlijk, wiens hoofd zo groot staat afgebeeld. Volgens onderzoeker Gaspar Munoz is het iemand uit de mythologie van de Maya’s. “Het zou een denkbeeldig persoon kunnen zijn, iemand van de onderwereld, misschien is er een verband met een god.” Het hoofd werd onder de ruïnes van Chilonche aangetroffen en diende als fundering. De Maya’s gebruikten wel vaker delen van oude gebouwen om nieuwe bouwwerken neer te zetten.

Het hoofd is in de Peten regio gevonden. Dit deel van Guatemala zou nog veel meer ruïnes van de Maya’s herbergen. Het is echter lastig om dit deel van de jungle bloot te leggen; plunderaars, stropers en drugssmokkelaars vieren er hoogtij.