Oma’s en opa’s houden niet evenveel van hun kleinkinderen. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek van de universiteit van Californië. Een paternale grootmoeder, de moeder van een man, is blij als haar zoon een dochter krijgt. Dit komt omdat de kleindochter genetisch meer op grootmoeder lijkt.

Een vrouw draagt 31 procent van haar genen over op de dochter van haar zoon. Een zoon van haar zoon bevat slechts 23 procent van de genen van de vrouw. Oftewel: genetisch gezien is het verstandiger om meer te houden van de kleindochter.

In de praktijk werkt dit ook zo. Paternale oma’s houden meer van hun kleindochter dan van hun kleinzoon.

Toch is er meer. Maternale grootouders houden meer van de kleinkinderen dan paternale grootouders. Grootouders van moeders kant hebben een grotere zekerheid dat het genetisch materiaal is overgedragen. Grootouders van vaders kant hebben dit niet. Het kan zijn dat hun schoondochter vreemd is gegaan, waardoor hun kleinkinderen genetisch niet matchen.