Astronomen hebben – met dank aan de Kepler-telescoop – de grootste rotsachtige exoplaneet aangetroffen. De planeet heet BD+20594b en is zestien keer zwaarder dan de aarde. In het paper spreken de onderzoekers over een exoplaneet ter grootte van Neptunus, maar in werkelijkheid is de exoplaneet twee keer kleiner in diameter dan de laatste gasplaneet van ons zonnestelsel.

Er zijn twee soorten planeten: rotsplaneten en gasplaneten. Gasplaneten bestaan voor een groot deel uit gas en zijn veel groter dan rotsplaneten. Gasplaneten in ons zonnestelsel zijn Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Een rotsplaneet bestaat juist vooral uit ijzer en gesteente. De aarde is de bekendste rotsplaneet, maar ook Mars, Venus en Mercurius horen tot deze groep.

Inmiddels zijn er vele tientallen exoplaneten gevonden die groter zijn dan Jupiter. Jaarlijks worden weer nieuwe recordhouders gevonden, zoals HD 100546 b. Deze exoplaneet bevindt zich nog in de ‘baarmoeder’, namelijk een dikke schijf van gas en stof, maar heeft nu al een zes keer zo grote radius als Jupiter. Dit betekent dat deze exoplaneet nét geen bruine dwerg (oftewel mislukte ster) is.

De grootste rotsachtige exoplaneet is onlangs gevonden door astrofysicus Nestor Espinoza en zijn collega’s van de katholieke universiteit van Chili in Santiago. BD+20594b heeft een dichtheid van 8 gram per kubieke centimeter en is 500 lichtjaar van de aarde verwijderd. De exoplaneet is vorig jaar ontdekt toen het object voor de moederster langs bewoog, waardoor het licht van de ster gedeeltelijk werd geblokkeerd.

Het is belangrijk dat er exoplaneten als BD+20594b worden gevonden, omdat deze ontdekking laat zien dat er veel verschillende soorten planeten bestaan. In ons eigen zonnestelsel ontbreken een aantal types, zoals hete Jupiters en superaardes. Misschien is ons eigen zonnestelsel dus helemaal niet zo standaard en moeten we juist naar andere planetenstelsels kijken om te achterhalen hoe een gemiddeld planeetvormingsproces werkt.