Nieuw onderzoek geeft eindelijk meer inzicht in het leven van de grootste vogel die ooit op aarde heeft rondgelopen: Dromornis stirtoni.

Ongeveer acht miljoen jaar geleden liep in Australië de soort Dromornis stirtoni rond. “Het was waarschijnlijk de grootste vogel die ooit heeft geleefd,” vertelt onderzoeker Warren Handley. “Met een gemiddeld gewicht van 480 kilo was deze tien keer zwaarder dan de emoe.”

Drinkplaats
Hoewel we aardig wat over deze uitgestorven ‘dondervogels’ weten, zijn er ook nog veel vragen. Hoe verdeelden mannetjes en vrouwtjes bijvoorbeeld het werk? Handley en collega’s denken het nu te weten. Ze bestudeerden botten van dondervogels die – samen met planteneters en roofdieren – rond een steeds kleiner wordende drinkplaats de dood vonden. In eerste instantie dachten de onderzoekers dat ze de botten van twee soorten dondervogels hadden gevonden en dat de ene soort ietsje kleiner was dan de andere. Maar al snel ontdekten ze bij de ‘kleinere soort’ een weefsel dat enkel te vinden is in de botten van vrouwelijke vogels voor zij eieren leggen. De onderzoekers hadden dus niet twee soorten dondervogels ontdekt, maar enkele mannetjes en enkele vrouwtjes. “Deze ontdekking was een echte doorbraak,” vertelt onderzoeker Anusuya Chinsamy-Turan. De onderzoekers konden nu immers met zekerheid onderscheid maken tussen de mannetjes en de vrouwtjes en dus ook conclusies trekken over de verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes en de rollen die ze vervulden.

“Een mannetje en vrouwtje bleven waarschijnlijk hun hele leven bij elkaar en deelden de zorg voor de kinderen”

Emoe
Allereerst blijkt uit het onderzoek dat de mannelijke dondervogels groter waren dan de vrouwtjes. Dat is opvallend. Want bij de meeste grote loopvogels die vandaag de dag leven is dat anders. Zo is bij de emoe het mannetje wat kleiner dan het vrouwtje.

Bovendien denken de onderzoekers dat het familieleven voor deze vogels heel belangrijk was. Een mannetje en vrouwtje bleven waarschijnlijk hun hele leven bij elkaar en deelden de zorg voor de kinderen. Ook zouden ze samen hun nest hebben verdedigd. Als dat al nodig was; de grote vogels hadden waarschijnlijk weinig te vrezen. “Met hun enorme lengte en omvang – in het bijzonder de mannetjes die meer dan 600 kilo wogen – waren ze in staat om de opgroeiende jongen te beschermen tegen roofdieren, zoals de voorouders van buidelwolven en -leeuwen die in deze tijd rondliepen,” stelt Handley.