Tot grote verbazing van onderzoekers bevatten gezonde cellen in de slokdarm van twintigers honderden mutaties per cel.

Dat hebben onderzoekers ontdekt nadat ze slokdarmweefsel van negen personen die tussen de 20 en 75 jaar oud waren, bestudeerden. Alle bestudeerde weefsels werden als gezond beschouwd, omdat geen van de proefpersonen bekend was met slokdarmkanker of andere gezondheidsproblemen met de slokdarm. “Onder de microscoop leek het slokdarmweefsel volkomen normaal – het kwam van gezonde personen die geen sporen van kanker vertoonden,” vertelt onderzoeker Phil Jones. “We waren geschokt toen we zagen dat de gezonde slokdarm gevuld was met mutaties. We ontdekten dat een individu tegen de tijd dat het de middelbare leeftijd bereikte, waarschijnlijk meer gemuteerde dan normale cellen had.”

2000 mutaties
Cellen in de slokdarm van gezonde twintigers bleken gemiddeld zeker honderden mutaties per cel te bezitten. En naarmate mensen ouder werden, steeg dat aantal mutaties zelfs zo sterk dat het om meer dan 2000 mutaties per cel ging. Uiteindelijk blijkt echter een tiental mutaties er werkelijk tot te doen, zo schrijven de onderzoekers in het blad Science. Dat zijn namelijk de mutaties die cellen in staat stellen om weefsel over te nemen en een dicht netwerk van mutaties te vormen.


De rol van mutaties
Het onderzoek geeft meer inzicht in het ontstaan van slokdarmkanker. Zo blijkt één gemuteerd gen – TP53 genoemd – dat in bijna alle vormen van slokdarmkanker een rol speelt, reeds in 5 tot 10 procent van de gezonde cellen gemuteerd te zijn. Het suggereert dat kanker uit deze kleine groep cellen ontstaat. Mutaties in het NOTCH1-gen – betrokken bij celdeling – blijken op middelbare leeftijd in bijna de helft van alle cellen in gezond slokdarmweefsel te vinden te zijn. Daarmee komt deze mutatie vaker voor in gezond weefsel dan in kankerweefsel. Het wijst er voorzichtig op dat dit gemuteerde gen een andere rol speelt dan gedacht en cellen mogelijk zelfs beschermt tegen kanker. “Al jaren brengen we de genetica achter kanker in kaart en zoeken we naar genen die onder kankerpatiënten vaak gemuteerd zijn,” vertelt onderzoeker Jo Fowler. “We dachten dat deze gebruikelijke mutaties de drijvende krachten achter kanker zijn. Maar nu we naar normale weefsels hebben gekeken, waren we verrast, omdat we zagen dat een gen dat vaak in verband wordt gebracht met slokdarmkanker – NOTCH1 – vaker muteerde in gezonde cellen dan in kankercellen. Het suggereert dat wetenschappers de rol van sommige kankergenen moeten herzien.”

Het onderzoek is bijzonder belangrijk, zo benadrukt onderzoeker Karen Vousden. “Als kankeronderzoekers kunnen we het belang van het onderzoeken van gezond weefsel niet onderschatten. Onze kans op het ontwikkelen van kanker neemt toe naarmate we ouder worden en dit onderzoek brengt ons dichter bij het ontdekken van aanwijzingen in onze gezonde weefsels die erop wijzen dat individuen een groter risico lopen op kanker.”