In 2020 zagen we al een wereldwijde opwarming van 1,2 graden Celsius. En dus balanceren we op het randje.

Tijdens de klimaattop in Parijs beloofden 195 landen er alles aan te doen om de opwarming van de aarde tot 2 graden Celsius te beperken. Sterker nog, ze zouden zelfs hun best doen om de aarde niet meer dan 1,5 graad warmer te laten worden. Ondertussen wordt steeds duidelijker dat veel landen hun afspraken niet nakomen. En dat betekent dat we waarschijnlijk al ergens in de komende vijf jaar toch die anderhalve graden-grens gaan overschrijden.

Op het randje
We balanceren op dit moment eigenlijk al op het randje. In 2020 – één van de drie warmste jaren ooit – tikten we namelijk wereldwijd een gemiddelde temperatuur van 1,2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau aan. “Onze studie toont aan dat we meetbaar en onverbiddelijk dichter bij de lagere doelstelling uit het Parijse Klimaatakkoord komen,” zegt secretaris-generaal van de WMO Petteri Taalas.

Nieuwe voorspellingen voor de komende vijf jaar. Afbeelding: WMO

Volgens onderzoekers bestaat er een kans van ongeveer 40 procent dat het wereldwijde jaargemiddelde in ten minste één van de komende vijf jaar tijdelijk boven de 1,5 graad opwarming zal uittorenen. Deze kans neemt vervolgens naarmate de tijd verstrijkt verder toe. Bovendien stellen de onderzoekers dat er een kans van maar liefst 90 procent bestaat dat ten minste één jaar tussen 2021 en 2025 het stokje over zal nemen als het warmste jaar ooit. Dat betekent dat het dus bijna onvermijdelijk is dat de huidige titelhouder – het jaar 2016 – binnenkort van de troon gestoten zal worden.

Wat kunnen we verwachten?
We kunnen ons dus opmaken voor enkele warme jaren. In de periode tussen 2021 en 2025 zullen bovendien hooggelegen regio’s en de Sahel – een landstreek in Afrika direct ten zuiden van de Sahara – waarschijnlijk een stuk natter zijn. Bovendien bestaat er een grotere kans op meer tropische cyclonen in de Atlantische Oceaan in vergelijking met het recente verleden (gedefinieerd als het gemiddelde van 1981-2010). “Deze voorspellingen bieden een basis om regeringen en hulporganisaties te waarschuwen voor regionale klimaatrisico’s,” aldus onderzoeker Leon Hermanson.

Deze voorspellingen zijn gebaseerd op analyses van het klimaat, waarbij er rekening gehouden wordt met natuurlijke variaties en menselijke invloeden. Op die manier proberen wetenschappers een zo nauwkeurig mogelijke voorspelling te doen van de temperatuur, regenval, windpatronen en andere variabelen in de komende vijf jaar. In de prognoses is overigens geen rekening gehouden met veranderingen in de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van het coronavirus. Vanwege de lange levensduur van veel van deze gassen, blijkt de impact van de coronacrisis op de atmosferische concentraties tot nu toe nog te klein te zijn.

Volgens de onderzoekers onderstrepen deze bevindingen de noodzaak van klimaatadaptatie. “Slechts de helft van de 193 WMO-leden beschikt over de modernste waarschuwingssystemen,” merkt Taalas op. “Landen moeten doorgaan met het ontwikkelen van de diensten die nodig zijn om klimaatgevoelige sectoren te helpen. Denk aan de gezondheidszorg, water, landbouw en hernieuwbare energie. Bovendien moeten er slimme vroegtijdige waarschuwingssystemen komen die de kans op negatieve gevolgen van extreme gebeurtenissen helpen verminderen.”

Meer dan statistieken
Het betekent dat we ons met name bewust moeten zijn van de boodschap achter deze voorspellingen. “Het zijn meer dan alleen statistieken,” onderstreept Taalas. “Stijgende temperaturen betekenen meer smeltend ijs, hogere zeespiegels, meer hittegolven en ander extreem weer. En dat heeft weer een grotere impact op onze voedselzekerheid, gezondheid, het milieu en duurzame ontwikkeling. Het is wederom een wake-up call dat de wereld de toezeggingen moet versnellen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en koolstofneutraal te worden.”

De kans lijkt echter klein dat we de doelstellingen uit het Parijse Klimaatakkoord gaan halen. Het gaat er om spannen. Het jaar 2021 wordt dan ook vaak omschreven als het ‘make-or-break’-jaar. Tijdens COP26, de Klimaatconferentie van Glasgow die aankomende november plaatsvindt, moet blijken of we kunnen voorkomen dat klimaatverandering steeds verder uit de hand loopt. Bovendien staat het aanpakken van klimaatverandering hoog op de agenda van de G7 (het intergouvernementeel forum van zeven vooraanstaande industriële staten, te weten Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten). Zij komen tussen 11 juni en 13 juni bijeen in het Verenigd Koninkrijk om orde op zaken te stellen.