Wie als eerstegeneratieallochtoon zich vestigt in Nederland, heeft het op het gebied van rekenen en taal moeilijker dan niet-migranten. De kloof tussen eerstegeneratieallochtonen en autochtonen is in Nederland groter dan in veel andere westerse landen.

Een internationaal team van onderzoekers analyseerde de resultaten van vaardigheidstoetsen op het gebied van rekenen en taal van 85.875 volwassenen in zeventien westerse landen. Aan het onderzoek werkten Dr. Mark Levels (Universiteit Maastricht) en de vorig jaar overleden professor Dr. Jaap Dronkers (Universiteit Maastricht) mee.

Het is niet verrassend dat er sprake is van een kloof. “Mensen uit het bestemmingsland hebben een voordeel in de maatschappij,” zegt Levels. “Als jij brood wil afrekenen, helpt het als je de taal spreekt. Als jij wilt participeren op de arbeidsmarkt, helpt het als je de taal spreekt. Precies het feit dat migranten daar minder goed in zijn, maakt het zo interessant deze kloof te bestuderen. Het is van belang vast te stellen hoe de grootte van de kloof verschilt tussen landen, omdat het je kan leren wat bestemmingslanden zelf aan de grootte van de kloof kunnen doen.”

In het paper in het wetenschappelijke vakblad PLOS One zijn de resultaten te zien van zeventien landen. De kloof tussen autochtonen en eerstegeneratieallochtonen is het grootst in Nederland, België en Scandinavië. De kloof is het kleinst in Canada, Groot-Brittannië en voormalig communistische landen in Oost-Europa. Opvallend: eerstegeneratiemigranten in Ierland kunnen beter rekenen dan Ierse niet-migranten.

Wij zijn beter in rekenen en taal dan Italianen
Er zijn verschillende redenen waarom een kloof groot of klein is. Neem Nederland. Hier is er sprake van een flinke kloof, maar dat heeft niets te maken met het feit dat eerstegeneratieallochtonen slecht presteren. Het komt namelijk omdat de autochtonen in Nederland veel betere presteren dan natives in andere landen. Dit geldt overigens niet alleen voor Nederland, maar ook voor België en Scandinavische landen.

Kijk maar eens naar Italië. Daar zijn de reken- en taalvaardigheden van de natives opvallend slecht. Allochtonen die voor hun pubertijd naar Nederland zijn verhuisd – in het diagram hieronder wordt deze groep ‘1.5 generation‘ genoemd – presteren beter dan autochtone Italianen.

Kloven tussen migranten en niet-migranten per land. Boven (A): rekenvaardigheden. Onder (B): taalvaardigheden.

Daarnaast zijn er andere oorzaken. In Canada is er geen sprake van een kloof, maar dat komt omdat Canada hoog opgeleide migranten trekt.

Drie manieren om een kloof te verkleinen
De kloven zijn overigens te verkleinen. In landen met een beschermde arbeidsmarkt – waar de werknemer beter wordt beschermd – is er een grotere vaardigheidskloof tussen migranten en niet-migranten. Waarschijnlijk kunnen migranten hier minder snel werk vinden. Daarnaast is de kloof kleiner in landen waar het onderwijs in staat is om te gaan met de specifieke uitdagingen waar migrantenkinderen voor staan. Tenslotte is etnische diversiteit niet slecht voor de integratie. Hoe etnisch diverser een land, des te kleiner is de kloof op het gebied van reken- en taalvaardigheid.

Beleid maken? Nog niet!
“Of je die kloof wilt verkleinen, is een politieke vraag, daar gaan wij niet over,” reageert Levels. “Wij hebben alleen maar onderzocht hoe groot die kloof in verschillende landen is, en of instituties ertoe doen. Uit de bevinding dat het grootste deel van de kloof wordt verklaard door individuele achtergrondkenmerken als opleidingsniveau, leeftijd, herkomst, en demografische kenmerken zou je kunnen concluderen dat je voor een kleine kloof vooral hoogopgeleide mensen moet binnenhalen. Selectie aan de grens dus. Sommige landen doen dat ook. Wil je echter iets doen voor de mensen die hier al zijn, dan zou het goed kunnen zijn het onderwijs aan te passen. De arbeidsmarkt flexibeler maken zou ook kunnen helpen. Maar we moeten voorzichtig formuleren. Voordat hierover beleid gemaakt kan worden, moet er eerst onderzoek worden gedaan naar de causale invloed van instituties op deze kloof. Onze bevindingen zijn robuust en gebaseerd op getoetste sociologische en economische theorieën. Maar meer onderzoek is nodig en misschien zelfs urgent, gezien de rol die migratie inneemt in politieke debatten over onze samenleving.”