Wetenschappers hebben een groot reservoir van interstellair gas gevonden op een afstand van 400 miljoen lichtjaar van de aarde. De ontdekking is het sterkste bewijs tot nu toe dat de missende materie in het nabije universum zich verzamelt in een enorm web van heet, diffuus gas.

De missende materie – iets anders dan donkere materie – bestaat uit baryonen. Deeltjes die, net als protonen en elektronen, voorkomen op aarde, maar ook in sterren, gas, sterrenstelsels en andere objecten in de ruimte. Wetenschappers hebben tot nu toe veel van deze ‘normale materie’ gevonden in het jonge universum (oftewel: kort na de oerknal), maar niet in het nabije universum.

Eindelijk zijn wetenschappers te weten gekomen waar de missende materie in het nabije universum schuilt, namelijk in een web van heet, diffuus gas, bekend als het ‘Warm-Hot Intergalactic Medium’. Wetenschappers denken dat het materiaal in het WHIM overgebleven is na de vorming van sterrenstelsels.

“Het is moeilijk om bewijzen te vinden dat het Warm-Hot Intergalactic Medium bestaat, omdat het web heel diffuus is”, zegt Taotao Fang van de universiteit van Californië. “Een waarnemer kijkt er zo doorheen.” In het WHIM komen zes protonen per kubieke meter voor. Even ter vergelijking: in de interstellaire ruimte – de ruimte tussen sterren in ons sterrenstelsel – bevinden zich ongeveer een miljoen waterstofatomen per kubieke meter.

Om het WHIM te vinden, keken wetenschappers naar een groeiend supermassief zwart gat op een afstand van twee miljard lichtjaar van de aarde. Aangezien het zwarte gat achter het reservoir van interstellair gas ligt, houdt de ‘muur’ een deel van de röntgenstraling tegen. Uit gegevens en observaties van het röntgenobservatorium Chandra en de XMM-Newton blijkt dat zuurstofatomen in het WHIM röntgenstraling absorberen.