Op 17 juli dit jaar brak meer dan zeventig miljoen ton ijs af van de Aru-gletsjer. Daarbij kwamen negen nomadische herders om het leven. Volgens wetenschappers is de lawine veroorzaakt door klimaatverandering.

Tot deze maand was het nog onbekend waarom een complete gletsjertong op deze manier wegschoof. De lawine duurde slechts vier of vijf minuten en in die tijd werd een 15,4 kubieke kilometer grote vallei gevuld met ijs, puin en water. Dat is verrassend snel. Vandaar dat een internationaal team van Britse en Amerikaanse glaciologen smeltwater aanwijzen als de schuldige. Het smeltwater fungeerde als een soort smeermiddel om de snelheid van het vallende ijs te vergroten.

De enorme omvang van de lawine werd pas echt duidelijk op satellietbeelden die NASA kort na de natuurramp vrijgaf. Op de beelden zien we het gebied in juni 2016 en in juli 2016 (dus na de lawine). Het verschil is enorm.

Meer smeltwater is een gevolg van klimaatverandering. Vandaar dat de glaciologen bang zijn dat er meer lawines plaatsvinden bij gletsjers in de nabije omgeving. “Helaas kunnen we dit soort rampen niet voorspellen”, zegt wetenschapper Lonnie Thompson van de staatsuniversiteit van Ohio. Na de grote lawine in juli vond er nog één andere lawine plaats, maar die resulteerde gelukkig niet in doden.

De wetenschappers gebruikten satellietgegevens en GPS-data om te meten hoeveel ijs er tijdens de eerste lawine viel. “We weten nog steeds niet waar het smeltwater vandaan kwam, maar wat we wel weten is dat de temperatuur de afgelopen vijftig jaar gemiddeld 1,5 graden Celsius is gestegen”, zegt Thompson. “Het is logisch dat dit heeft geleid tot het smelten van ijs en sneeuw.”

De Tibetaanse lawine gaat de boeken in als één van de grootste ijslawines ooit.