Zuurstofgebrek in diepere waterlagen kost veel bodemdieren de kop. En dat wordt in het gehele – en unieke – ecosysteem gevoeld.

Op de grens tussen Zuid-Holland en Zeeland bevindt zich het grootste zoutwatermeer van West-Europa: de Grevelingen. Het meer ontstond in 1971 toen in antwoord op de Watersnoodramp de Brouwersdam – onderdeel van de Deltawerken – verrees. Vandaag de dag is het Grevelingenmeer een geliefde plek voor recreanten, die er naar hartenlust kunnen zwemmen, varen, snorkelen en duiken. Maar de aanleg van de Brouwersdam en het verdwijnen van de verbinding met de Noordzee heeft een keerzijde: in de zomer hebben delen van het meer te kampen met lage zuurstofconcentraties waardoor het bodemleven afsterft.

Getij
“Doordat er geen getij meer is in het Grevelingen, ontbreekt het aan een verticale getijbeweging en doorstroming waardoor waterlagen zich moeilijk mengen,” legt Stephanie Lutz, als woordvoerder verbonden aan het project Getij Grevelingen uit. “De bovenste laag warmt in de loop van het voorjaar en de zomer op door de zon. Door de golfslag komt hier wel nieuwe zuurstof in, maar in de diepere delen niet. Hierdoor treedt jaarlijks in een deel van het meer zuurstofloosheid op. Dit heeft negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit en daarmee voor het bodemleven en het hele ecosysteem in de Grevelingen.”


Trend
Eerder dit jaar luidde de Stichting Anemoon de noodklok. De bodem van de Grevelingen lag bezaaid met dode bodemdieren die door zuurstofgebrek het loodje hadden gelegd. En volgens de stichting was er zelfs sprake van een ecologisch drama. Ook binnen het werkverband Getij Grevelingen maakt men zich zorgen. Niet zozeer over het zuurstofgebrek dat dit jaar in de Grevelingen is gemeten – “Uit meetgegevens blijkt dat er dit jaar geen grote afwijkingen zijn met betrekking tot zuurstofloosheid ten opzichte van voorgaande jaren,” aldus Lutz – maar wel over de trend op lange termijn. Lutz legt uit dat het zuurstofgebrek een jaarlijks terugkerend verschijnsel is, dat met name in de zomermaanden optreedt. “In de wintermaanden herstelt het zich weer.” Wat echter opvalt, is dat de achteruitgang in de zomer de laatste tijd groter is dan het herstel in de winter. “Het bodemleven dat in de zomer als gevolg van zuurstofloosheid sterft, herstelt zich niet geheel in de winter en het voorjaar. De jaarlijkse verslechtering van het bodemleven als gevolg van de jaarlijks optredende zuurstofloosheid is een trend.” En dat baart onderzoekers zorgen. “Het bodemleven is een belangrijke schakel in de voedselketen.”

Een dode bodem
Wanneer bodemdieren zoals anemonen, kokerwormen en krabben door zuurstofgebrek het loodje leggen, wordt de bodem het domein van bacteriën die nauwelijks zuurstof nodig hebben en het water – paradoxaal genoeg – nog zuurstofarmer maken dan het al is.

Doorlaat
Duidelijk is dat er iets moet gebeuren om de waterkwaliteit, en daarmee het kwetsbare ecosysteem van het Grevelingenmeer, te verbeteren. Daar wordt binnen het project Getij Grevelingen hard aan gewerkt. Het project – waarbinnen verschillende ministeries, provincies, gemeentes, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer samenwerken – is er namelijk op gericht om een doorlaat in de Brouwersdam te creëren. “Als er een doorlaat komt in de Brouwersdam, dan zal met hulp van het beperkte getij meer menging komen tussen de verschillende waterlagen,” vertelt Lutz. “Daardoor neemt de zuurstofloosheid in een groot deel van het meer af. Als er meer zuurstof komt, krijgt het bodemleven een grote impuls. Bijvoorbeeld anemonen, kreeften, krabben en wormen. Maar ook bodemvissen. Daar profiteren weer visetende vogels van. Doordat er meer vers water uit de Noordzee binnenkomt, komt er ook meer voedsel beschikbaar voor bodemleven dat niet mobiel is zoals anemonen. Door al deze factoren kan het ecosysteem zich weer herstellen. De verwachting is dat dit best snel kan gaan.”

Enig geduld is echter wel vereist; het project Getij Grevelingen bevindt zich nog in de verkenningsfase. Naar verwachting kan de doorlaat op zijn vroegst ergens tussen 2024 en 2026 worden gerealiseerd.