Onderzoek in vijftig huizen in een Amerikaanse stad wijst uit dat in huizen van rijkere mensen doorgaans meer verschillende soorten geleedpotigen te vinden zijn.

Onderzoekers bestudeerden vijftig huizen in Raleigh (North Carolina) en verzamelden geleedpotigen (van motjes en spinnen tot duizendpoten) die in die huizen woonden. Vervolgens bestudeerden ze die geleedpotigen om te achterhalen hoeveel verschillende soorten er in één huis te vinden waren. In het gemiddelde huis bleken rond de 100 verschillende soorten geleedpotigen te leven.

Rijke buurten
De onderzoekers gingen voor elk huis ook na hoe groot het was, hoeveel vegetatie er in de omgeving was en of het huis in een rijke buurt stond of niet. Uit het onderzoek blijkt dat huizen in rijkere buurten meer verschillende soorten geleedpotigen herbergen dan huizen in buurten waar de inkomens lager liggen. Mogelijk komt dat doordat in en rond huizen in de rijkere buurten een grotere diversiteit aan planten te vinden is, waardoor ook meer plantenminnende geleedpotigen hun weg naar binnen weten te vinden.

Beestje in huis: doorgaans geen probleem
Misschien krijg je er de kriebels van dat er in een gemiddeld huis zo’n 100 verschillende soorten geleedpotigen leven. Maar dat is nergens voor nodig, zo stellen de onderzoekers. De meeste beestjes vormen geen enkele bedreiging.

Onderhoudsvriendelijke tuin en toch insecten in huis
Verder blijkt uit het onderzoek dat ook wanneer mensen weinig planten in hun tuin hebben staan, er veel insecten in hun huis kunnen leven als dat huis in een welgestelde buurt staat. Het suggereert dat parken en plantsoenen die je vaak in wat luxere wijken aantreft net als bijvoorbeeld de wel rijkelijk met planten bedeelde tuin van de buren van invloed zijn op het aantal soorten insecten in huis. De beslissingen van de gemeenteraad – over het wel of niet aanleggen van een plantsoentje, het wel of niet plaatsen van een boom – en de tuinarchitectuur van je buren zijn dus van invloed op de biodiversiteit in jouw huis.

Verrassend
“De hoeveelheid levende organismen in huis – onder het tapijt, in kasten – is verbazingwekkend,” vindt onderzoeker Misha Leong. “En nu leren we dat de welgesteldheid van een wijk de beste indicatie geeft van het aantal verschillende soorten beestjes in huis en dat heeft me verrast.”

De onderzoekers hopen in de toekomst op nog veel meer plaatsen ter wereld onderzoek te gaan doen naar insecten in huis. Zo hopen ze dit en volgend jaar nog af te reizen naar Australië, Madagaskar, China en Antarctica. “De biodiversiteit in huis is nog relatief onontgonnen terrein,” stelt onderzoeker Michelle Trautwein. “Onze huizen zijn heel toegankelijk en dynamisch. Middels onze onderzoeken hopen we burgers wereldwijd te inspireren en nieuwsgierig te maken naar de soorten in hun alledaagse bestaan. Er valt nog zoveel te ontdekken over de ecologie in huis en de voortdurend evoluerende relatie tussen mensen en geleedpotigen.”