De Europese kolonisten roeiden eigenhandig 50 tot 70 procent van de schubreptielen op de archipel uit.

Dat hebben Duitse onderzoekers ontdekt. Saillant detail is dat de Europeanen niet de eersten waren die Guadeloupe ontdekten. De archipel kende een inheemse bevolking die er al duizenden jaren woonde. En er is geen enkel bewijs dat er in al die duizenden jaren schubreptielen uitstierven.

Afname diversiteit
“Slangen en hagedissen overleefden duizenden jaren op rij een breed scala aan veranderingen in klimaat en omgeving, maar ook door mensen veroorzaakte veranderingen op Guadeloupe,” benadrukt onderzoeker Nicole Boivin. “Het lijken geen gevoelige dieren te zijn geweest. Maar in de laatste paar honderd jaar is de diversiteit enorm afgenomen.”

De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze zo’n 43.000(!) botresten op zes verschillende eilanden bestudeerden. Het onderzoek wijst uit dat Guadeloupe zo’n 50 tot 70 procent van haar schubreptielen is kwijtgeraakt. En dat gebeurde in de laatste 500 jaar.

Europeanen
Het uitsterven van de reptielen valt dan ook naadloos samen met de aankomst van de Europeanen, die het gebied zo’n 458 jaar geleden koloniseerden. Aan de hand van de botresten konden de onderzoekers onder meer heel nauwkeurig vaststellen hoe groot de verdwenen reptielen waren en in welk leefgebied ze het beste gedijden. Zo blijkt dat de middelgrote, op het land levende soorten de grootste verliezen leden. Het wijst erop dat de reptielen ten prooi vielen aan roofdieren die de Europeanen op Guadeloupe introduceerden. Zoals katten en ratten, bijvoorbeeld. Maar ook mangoesten – geïntroduceerd om ratten te vangen – en wasberen.

Landbouw
Wat ook niet hielp, is dat de Europeanen een intensievere landbouw introduceerden. De aanleg van grote akkers versnipperde het leefgebied van de reptielen. De grond werd uitgeput en insectenpopulaties kwamen onder druk te staan. Ook dat had zijn weerslag op de slangen en hagedissen die graag insecten eten.

Het onderzoek geeft een gedetailleerd inkijkje in de geschiedenis van de archipel. De komst van de Europeanen blijkt daarbij een keerpunt te zijn geweest. “Omdat de afgelopen jaren is gebleken dat mensen al vroeg invloed uitoefenden (op hun leefgebied, red.) zijn we min of meer gaan accepteren dat mensen een vernietigende soort zijn,” stelt Boivin. “Maar de Guadeloupe-data laat duidelijk zien dat de inheemse manier van leven de diversiteit aan slangen en hagedissen in stand hield, terwijl de Europese aanpak dat niet deed.” Het is iets om lering uit te trekken. “Het voorziet ons van belangrijke informatie voor toekomstig management (van wilde soorten, red.) en duurzame initiatieven en zet vraagtekens bij de manieren waarop natuurbeschermers wereldwijd met inheemse gemeenschappen omgaan.”