De opwarming van de aarde heeft een onverwachts effect: het aantal ‘rechtshandige’ haaien neemt toe.

Dat suggereert een nieuw onderzoek. Australische wetenschappers verzamelden een aantal eieren van de Port Jackson stierkophaai. De helft van de eieren werd in water gelegd dat dezelfde temperatuur had als de wateren waarin deze eieren normaliter uitkwamen. De andere helft werd in water gelegd dat aanzienlijk warmer was. Het water had dezelfde temperatuur als de leefwateren van deze haai naar verwachting tegen het einde van deze eeuw hebben.

Rechtsaf
De baby-haaien die het levenslicht zagen in het warmere water, bleken een voorkeur te hebben voor rechts. Wanneer zij bijvoorbeeld met een obstakel geconfronteerd werden, sloegen ze het liefst rechtsaf om het te ontwijken. Het zou komen doordat hun brein zich anders ontwikkelt dat van soortgenoten die in kouder water opgroeien, zo schrijven de onderzoekers in het blad Symmetry.

De hersenen
Net als mensen hebben haaien twee hersenhelften. Bij mensen zien we vaak dat elke hersenhelft zijn eigen specialisaties heeft. De verschillen in specialisatie tussen de linker- en rechterhersenhelft worden ook wel aangeduid met de term lateraliteit. “Een sterke lateraliteit wordt geassocieerd met een verhoogde intelligentie en uit zich vaak in de vorm van gedrag, bijvoorbeeld links- of rechtshandigheid of de voorkeur om links- of rechtsaf te slaan om een obstakel te vermijden,” legt onderzoeker Catarina Vila-Pouca uit.

Veel van de baby-haaien die in warmer water opgroeiden, gingen dood. Maar bij de baby-haaien die overleefden, was sprake van een uitgesprokener lateraliteit. De haaien werden ‘rechtshandig’: ze kregen een voorkeur voor rechts. Het wijst volgens de onderzoekers op betere cognitieve vaardigheden. “Ze compenseren zo waarschijnlijk het feit dat ze onder invloed van hogere temperaturen slechter groeien,” aldus onderzoeker Culum Brown. “Het is heel waarschijnlijk dat dergelijke veranderingen van invloed zijn op de manier waarop haaien navigeren, meer leren over hun omgeving en de interactie met elkaar aangaan. En dat heeft weer implicaties voor hun overlevingskansen, aangezien dat alles van invloed is op de mate waarin ze in staat zijn om voedsel en een partner te vinden en roofdieren te vermijden.”