GEZONDHEID  Het H1N1-vaccin mag dan miljoenen mensen beschermen tegen de Mexicaanse griep; diezelfde genezende werking heeft het niet voor haaien. Zij worden namelijk in het vaccin verwerkt. Het prikje tegen H1N1 bevat squaleen, een stof die uit de lever van de haai komt. Elk vaccin bevat zo’n 10,69 milligram leverolie.

Squaleen wordt veelvuldig in diverse cosmetische producten gebruikt, maar kan ook het immuunsysteem een flinke oppepper geven. Om die reden is het een effectief bestanddeel in bijvoorbeeld het H1N1-vaccin. Squaleen zit ook in olijfolie, olie uit tarwekiemen en rijstzemelen, maar wordt in grote hoeveelheden alleen in de lever van de haai aangetroffen. Vandaar dat de haai zich hofleverancier mag noemen. Milieuorganisaties worden daar niet vrolijk van. “Er zijn een aantal heel verontrustende kwesties die geassocieerd kunnen worden met het gebruik van de haaienleverolie squaleen,” vertelt Mary O’Malley van de organisatie Shark Safe Network. “De gebruikte diepwaterhaaien planten zich extreem weinig voort en veel van hen behoren tot de bedreigde diersoorten.” De Ruwe Zwelghaai bijvoorbeeld. Het dier staat op de lijst met bedreigde diersoorten van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) maar wordt ook veelvuldig gedood vanwege zijn leverolie.

Medicijnmakers Novartis en GlaxoSmithKline (GSK) gebruiken beiden olie uit de haaienlever om hun vaccins te maken. De laatste levert in zo’n 26 verschillende landen vaccins. Het gaat dan om 440 miljoen doses. Hiervoor is ongeveer zo’n 4400 kilo haaienolie nodig. Omdat de haaien op grote diepte leven (zo’n 300 tot 1500 meter) worden ze vaak gevangen met netten die over de bodem slepen. Hierbij worden niet alleen de haaien, maar ook andere flora en fauna daar verwoest. Medicijnmakers zijn naar eigen zeggen naarstig op zoek naar een vervanger van squaleen, maar hebben nog geen concreet voorstel kunnen vinden.