Blijkbaar werd er in de Bronstijd al volop gehandeld tussen ver van elkaar gelegen gebieden. Wetenschappers hebben in een graf in Denemarken namelijk kleding teruggevonden die in Oostenrijk tot stand kwam.

Wetenschappers bestudeerden de grafheuvel Lusehøj en troffen daar de resten van een man aan. Zijn lichaam werd na zijn dood verbrand en zijn botten werden in een kleed gewikkeld. Dat kleed – gemaakt van brandnetels – analyseerden de onderzoekers grondig en dat leverde verrassende resultaten op. “Ik verwachtte dat de netels op Deense grond groeiden,” vertelt onderzoeker Karin Margarita. Maar strontium-isotopen in de vezels van de planeten lieten iets anders zien. “Het wijst erop dat de netels in een gebied met oude grondgesteenten groeiden. We kunnen zulke gesteenten enkel vinden in Zweden en Noorwegen en in het midden van Europa.”

De bronzen urn. Foto: The National Museum of Denmark.

Oostenrijk
Margarita gaat ervan uit dat de grondstoffen voor de kleding uit Oostenrijk komen. In het graf werd namelijk ook een urn aangetroffen die met zekerheid uit het midden van Europa afkomstig is. En een analyse van de twee voorwerpen wijst erop dat ze uit hetzelfde gebied komen.

Het verhaal
Maar hoe is de Oostenrijkse urn en het Oostenrijkse kleed in Denemarken terecht gekomen? Daar hebben de onderzoekers wel ideeën over, vertelt archeoloog Ulla Mannering. “Denen die in de Bronstijd leefden, haalden hun brons uit het midden van Europa en de import werd gecontroleerd door rijke en machtige mannen. Wij kunnen ons voorstellen dat een importeur van brons tijdens een zakenreis naar Oostenrijk stierf. Zijn botten werden in een Oostenrijks kleed gewikkeld en in een urn geplaatst die zijn reisgenoten terug naar Denemarken brachten.” Of het ook echt zo gegaan is? Dat is onduidelijk.

Vaststaat dat het kleed en de urn een verre reis maakten. En dat Denen uit de Bronstijd er voor de handel ver op uittrokken.