Wie denkt dat ‘ie in de auto wel goed zit met een handsfree-setje, heeft het mis, zo stelt nieuw onderzoek.

Psychologen van de universiteit van Sussex trekken die conclusie op basis van experimenten. Ze verzamelden een aantal proefpersonen en lieten ze gevaren detecteren. Een deel van de proefpersonen werd tijdens dat experiment niet afgeleid. Een ander deel werd wel afgeleid: deze proefpersonen kregen zinnetjes te horen en moesten aangeven of de zinnen klopten of niet. Een deel van de proefpersonen kreeg zinnetjes te horen die een beroep deden op de verbeelding. De overige proefpersonen kregen zinnetjes te horen die dat niet deden. Tijdens het experiment volgden de onderzoekers de bewegingen van de ogen van de proefpersonen.

Praatgrage passagiers
Als zelfs handsfree bellen zo gevaarlijk is, hoe zit het dan met praatgrage passagiers? Zijn die ook gevaarlijk? Nee, stelt Hole. “Praatgrage passagiers vormen doorgaans niet zo’n risico (…) Zij passen de conversatie aan als een gevaar op de weg opduikt. Iemand aan de andere kant van de lijn weet niet wat er van de bestuurder vereist wordt en blijft praten.” Bovendien wordt een gesprek met iemand die bij je in de auto zit, gekenmerkt door non-verbale aanwijzingen die ervoor zorgen at een gesprek beter loopt. “Gesprekken aan de telefoon eisen meer van je, omdat ze die aanwijzingen missen.”

Trager
Alle proefpersonen die afgeleid waren, reageerden trager op gevaar, detecteerden minder gevaarlijke situaties en maakten meer ‘ik heb gekeken, maar zag het niet’-foutjes, wat betekent dat hun ogen gericht waren op het gevaar, maar ze het gevaar niet echt zagen. De proefpersonen die afgeleid werden door zinnetjes die een beroep deden op de verbeelding presteerden het slechtst van allemaal.

Afleiding
“Een veelgehoorde misvatting is dat een mobiele telefoon in de auto veilig is zolang deze handsfree gebruikt wordt,” stelt onderzoeker Graham Hole. “Ons onderzoek laat zien dat dat niet het geval is. Handsfree kan net zo afleidend werken, omdat de conversaties ervoor zorgen dat de bestuurder zich een beeld vormt van wat er besproken wordt.” Inbeelden waar je het over hebt, vereist het nodige van je brein en dat gaat ten koste van andere dingen die je brein tijdens het rijden eigenlijk moet doen. Onder meer: opletten en gevaren detecteren.

De onderzoekers benadrukken dat een telefoongesprek er al snel voor zorgt dat mensen een beroep moeten doen op hun verbeelding. Dat is bijvoorbeeld al het geval als je gesprekspartner vraagt: “Waar heb je dat dossier gelaten?” Je visualiseert dan je kantoor en gaat dat in je hoofd doorzoeken. Ook wanneer je je de gezichtsuitdrukking van de persoon aan de andere kant van de lijn probeert in te beelden, ben je al sterk afgeleid. “Conversaties zijn veel visueler dan we zouden verwachten, wat ertoe leidt dat bestuurders delen van de buitenwereld negeren,” stelt Hole. “De enige ‘veilige’ telefoon in een auto is een telefoon die uitgeschakeld is.”