Liever lui dan moe is voor veel mensen het levensmotto, en dat is biologisch te verklaren. Zo worden hardwerkende bosdieren eerder opgegeten dan hun niet-werkende kameraden.

Agoeti’s (of goudhazen), grote knaagdieren uit Midden- en Zuid-Amerika, die overdag hun voedsel bij elkaar zoeken hebben een grotere kans om zelf opgegeten te worden, zo blijkt uit onderzoek van o.a. de Wageningen universiteit. Het team van internationale wetenschappers heeft onderzoek gedaan met behulp van zenders en videocamera’s in het tropische bos van Isla Barro Colorado in Panama. Het onderzoeksobject, de agoeti, scharrelt overdag zijn voedsel bij elkaar en slaapt ‘s nachts in een hol, wanneer de ocelot in het bos jaagt. De ocelot is een klein soort luipaard.

Dagelijkse activiteitspatronen
De onderzoekers legden eerst de dagelijkse activiteitspatronen vast van zowel de agoeti als de ocelot. Daarvoor hadden de wetenschappers een groot aantal camera’s verborgen in het bos, verspreid over het hele eiland. Zo ontdekten de onderzoekers dat overdag duizenden agoeti’s actief waren, tegenover maar enkele ocelotten. Rond zonsondergang was dat echter precies andersom. Rond zonsopgang veranderden de aantalsverhoudingen weer even scherp. De wetenschappers concluderen dat de agoeti niet alleen ‘s nachts, maar ook rond zonsopgang en zonsondergang beter niet naar buiten kan gaan.

Wist u dat…

…agouti’s hun zaden soms wel 30 keer begraven voordat zij deze opeten?

Flatliner
Veel dieren kregen tijdens het onderzoek een halsbandzender om, zodat de onderzoekers precies wisten waar en wanneer een goudhaas werd gedood. Het signaal van de zender varieert dan niet langer: een zogenoemde ‘flatliner’. Een van de onderzoekers haastte zich dan het bos in om, aan de hand van sporen, de mogelijke dader op te sporen. Ook werd een camera geplaatst bij de halfopgegeten agoeti. Op deze wijze bleek dat 17 van de 19 gedode agoeti’s gegrepen werden door ocelotten.

Daarnaast vergeleken de wetenschappers het dagprogramma van agoeti’s die in verschillende bossen leefden. Het ene bos heeft namelijk meer voedsel, dan het andere bos. Dit werd op twee manieren gedaan. Met behulp van gezenderde goudhazen werd bepaald hoe laat het dier zijn hol in- en uitging door te meten wanneer het signaal plotseling verdween en wanneer het signaal weer verscheen. Ook met cameravallen bij de ingang van holen kon worden bepaald hoe laat goudhazen hun holen binnengingen en weer verlieten.

Hongerige dieren nemen grotere risico’s
Uit het onderzoek blijkt dat agoeti’s in voedselarme gebieden eerder hun hol verlaten om op zoek te gaan naar eten. Ook gaan zij later hun hol weer in. Dit betekent dat agouti’s in voedselarme gebieden een grotere kans hebben om opgegeten te worden dan agoeti’s in voedselrijke gebieden.

“Dat hongerige dieren grotere risico’s nemen was al langer bekend, maar nooit eerder is dit verschijnsel op zo’n overtuigende wijze met cijfer- en beeldmateriaal onderbouwd”, vertelt Patrick Jansen, onderzoeker aan de Wageningen Universiteit. De Wageningse wetenschapper wil nu onderzoeken wat de verschillen in sterftekans betekenen voor de zaadverspreiding door agoeti’s. Deze knaagdieren verstoppen op grote schaal boomzaden in de grond als voedselvoorraad. “Als goudhazen worden gedood door een ocelot kunnen zij hun verstopte zaden niet langer opeten. Die zaden krijgen zo een grotere kans om te kiemen en een nieuwe boom te vormen. De agoeti’s zorgen zo voor de zaadverspreiding van de boom waarvan zij niet meer zullen eten”, aldus Jansen.

De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in het vaktijdschrift Animal Behaviour.