Een fascinerend onderzoek doet het hart van Jurassic Park-fans harder kloppen. Maar enige voorzichtigheid is op zijn plaats.

Eind februari publiceren onderzoekers in het blad National Science Review een studie die tot de verbeelding spreekt. Het onderzoek draait om de fossiele resten van een jonge Hypacrosaurus stebingeri, een plantenetende dinosaurus die tegen het einde van het Krijt te vinden was in wat nu Noord-Amerika is. In hun paper onthullen de onderzoekers in de fossiele resten van het dier iets te hebben gevonden dat in veel opzichten doet denken aan DNA.

Teleurstelling
De studie is natuurlijk direct gedoemd om een eigen leven te gaan leiden en talloze media meldden dat het eindelijk zover was: onderzoekers hadden dinosaurus-DNA ontdekt! Maar wie al droomde van Jurassic Park-achtige taferelen, moeten we teleurstellen, zo blijkt als we onderzoeker Alida Bailleul naar de ontdekking vragen. “We hebben nooit gezegd dat we dinosaurus-DNA hebben ontdekt.”


Wat onderzoekers hebben ontdekt
Maar wat hebben de wetenschappers dan wel gezien in de fossiele resten van deze H. stebingeri? “We hebben bewijs gevonden voor chemische kenmerken van DNA, die reageren zoals DNA doet en waarvan we denken dat ze toebehoren aan de dinosaurus,” vertelt Bailleul aan Scientias.nl. “Maar het is nog te vroeg om het te bestempelen als dinosaurus-DNA. Daarvoor moeten we meer onderzoek doen naar deze substantie.”

Schedelfragmenten
De substantie waar Bailleul over spreekt, werd gevonden in schedelfragmenten van H. stebingeri. In één zo’n fragment troffen de onderzoekers enkele uitzonderlijk goed bewaard gebleven cellen aan. In die cellen stellen de onderzoekers ook celkernen aan te hebben getroffen en in één zo’n cel zelfs een structuur die doet denken aan een chromosoom. “Ik kon het niet geloven, mijn hart stond bijna stil,” aldus Bailleul.

Vervolgonderzoek
Meer onderzoek naar de ontdekte structuren zal uit moeten wijzen of het echt om DNA gaat. Maar Bailleul denkt van wel. “Ik ben er echt zeker van dat wat wij hebben gevonden (inclusief de gefossiliseerde chromosomen en celkernen die we hebben gespot) gezien moet worden als door diagenetische processen aangepast materiaal dat oorspronkelijk dinosaurus-DNA was.” Met diagenetische processen verwijst Bailleul naar processen die sedimenten na afzetting ondergaan en die ertoe leidden dat ze veranderen. “Het ziet er nu natuurlijk heel anders uit en ik weet niet precies wat er is gebeurd of welke veranderingen deze moleculen hebben ondergaan. Maar wellicht is het mogelijk om nog steeds enkele redelijk intacte basenparen of enkele veranderde producten van basenparen te identificeren. Het is allemaal hypothetisch, maar het is iets wat we verder moeten onderzoeken.”


Behoud van biomoleculen
Verschillende studies hebben de laatste jaren aangetoond dat biomoleculen – moleculen die van nature voorkomen in organismen en door deze organismen kunnen worden aangemaakt – veel langer dan gedacht en soms zelfs miljoenen jaren bewaard kunnen blijven. De studie van Bailleul en collega’s onderschrijft dat idee. “De belangrijkste implicatie van dit onderzoek is dat we aantonen dat er een extreem goed bewaard gebleven 75 miljoen jaar stuk weefsel is, met daarin resten van cellen, celkernen, chromosomen en andere moleculen en een chemische stof in de cellen die reageert als DNA. Onze studie levert meer bewijs dat biomoleculen miljoenen jaren stand kunnen houden.” Bailleul wil echter nog een stapje verder gaan. “Wij suggereren ook – maar dat is nog behoorlijk controversieel – dat het mogelijk is dat restanten van oorspronkelijk intact dinosaurus-DNA in een bepaalde vorm kunnen fossiliseren. Deze substantie moeten we met nadere onderzoeken zien te karakteriseren. Ook moeten we zien te achterhalen of het mogelijk is om afgaand op deze producten een soort DNA-sequentie te reconstrueren die ons helpt om de evolutie van het leven op aarde (…) beter te begrijpen.”

Over de Jurassic Park-achtige fantasieën die sommigen er naar aanleiding van dit onderzoek op nahouden, kan Bailleul verder heel kort zijn. “Klonen is absoluut uitgesloten en ook compleet onmogelijk.”