Het is geen stemmingsstoornis, maar een afstemmingsstoornis, zo stelt filosoof en psycholoog Bert van den Bergh.

Naar schatting krijgt één op de vijf Nederlanders op een bepaald punt in zijn of haar leven te maken met een depressie. Het zijn flinke cijfers. En niet alleen in Nederland viert de depressie hoogtij. Het is een wereldwijd probleem. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie hebben wereldwijd 300 miljoen mensen(!) te kampen met depressie. De cijfers hebben ertoe geleid dat er zelfs gesproken wordt over een depressie-epidemie. Een ietwat verwarrende term, zo vindt Bert van den Bergh, filosoof, psycholoog en auteur van het zojuist verschenen boek ‘De schaduw van de zwarte hond‘. “Depressie is niet besmettelijk. Strikt genomen is het zelfs geen ziekte, als je de term ziekte opvat als iets wat in de biologie verankerd zit, zoals bij griep en hart- en vaatziekten.” Verwoede pogingen om ook de oorsprong van depressie in onze biologie te vinden, zijn de afgelopen decennia op weinig uitgelopen. “Depressie wordt wel geassocieerd met een disbalans van bepaalde neurotransmitters, maar onduidelijk is nog altijd of dat een oorzaak of gevolg is van depressie.” De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders – kortweg DSM, een handboek voor psychiatrische diagnostiek en door Van den Bergh ook wel betiteld als de ‘Bijbel voor de GGZ – speelt dan ook op veilig door de depressie als een ‘stemmingsstoornis’ te betitelen. “Er is dus iets verstoord. Maar wat dan precies?” De pijnlijke conclusie is dat onderzoekers het daar niet over eens kunnen worden. Kortom: we krijgen geen grip op een stoornis die wereldwijd 300 miljoen mensen treft. En dus kunnen we ook onze vinger niet leggen op de oorsprong van die zogenaamde depressie-epidemie.

“Depressie wordt vaak gekenmerkt door het gevoel midden in de wereld te staan, maar er toch geen deel van uit te maken”

Culturele context
Die huidige – tamelijk tragische – stand van zaken fascineerde Van den Bergh zodanig dat hij – aangemoedigd door het boek La fatigue d ’être soi. Dépression et société van de Franse socioloog Alain Ehrenberg – besloot om de depressie-epidemie eens heel anders te benaderen. Namelijk vanuit een culturele context. “In welke zin, zo luidde mijn startvraag, is de zogenaamde ‘depressie-epidemie’ gerelateerd aan de manier waarop het individu door de huidige, ultraliberale cultuur tot subject wordt gevormd, met andere woorden wordt gesubjectificeerd?,” zo schrijft Van den Bergh in zijn boek. Waar de meeste onderzoekers de oorzaak van de depressie ín het individu zoeken, zoekt Van den Bergh deze dus meer daarbuiten. En het leidt hem naar een fascinerende conclusie: “Depressie is in veel gevallen geen stemmingsstoornis, maar een afstemmingsstoornis.”

Existentieel isolement
Dat klinkt volgens Van den Bergh ook door in de gesprekken met mensen die aan depressie lijden. “Als je vraagt naar het hart van de ervaring, dan hebben ze het meestal niet zozeer over somberheid, maar over het gevoel midden in de wereld te staan, maar er toch geen deel van uit te maken.” Van den Bergh noemt het in zijn boek een ‘existentieel isolement’. Mensen slagen er niet in om in afstemming met zichzelf en de wereld om zich heen te leven. En het is die onafgestemdheid die leidt tot dat gevoel van isolement en somberheid.

“Je moet jezelf wel afvragen: waarom vormen we ons op een manier die ons niet bevalt?”

Cultuur
Maar waarom loopt dat proces van afstemming bij zoveel mensen spaak? Daarover krijgen we iets meer duidelijkheid als we inzoomen op de timing van de discussie over de depressie-epidemie. Die discussie kwam op gang in de jaren negentig, in een periode waarin de economie hoogtij vierde en het ‘neoliberalisme’ – op de vleugels van de globalisering – de wereld veroverde. “We gingen allemaal deel uitmaken van een cultuur waarin het individu steeds meer op zichzelf staat, sterk en competitief moet zijn. Een cultuur waarin het levenstempo bovendien hoog ligt en alles voortdurend verandert en er weinig aandacht is voor de levensritmiek.” Bij dat laatste moet je denken aan de ritmische afstemming op de context waar we deel van uitmaken; op de wereld, de anderen, maar ook op onszelf. Van den Bergh illustreert het aan de hand van een voorbeeld. “Als we vijf minuutjes op de trein moeten wachten, gaan we niet – zoals vroeger – wat staan staren of een praatje maken, maar pakken we direct onze telefoon. Onze pauzes vullen we met Whatsapp. We gunnen onszelf geen tijd meer om dingen te laten bezinken of frisse ideeën te laten opborrelen. We zijn voortdurend actief. Zelfs op vakantie moet er een heel programma worden afgewerkt.” Veelal doen we middels die activiteiten verwoede pogingen om mee te blijven draaien in de wereld waar we deel van uitmaken, maar paradoxaal genoeg leidt het er volgens Van den Bergh juist toe dat veel mensen ‘ontstemd’ raken: het lukt ze niet langer om in resonantie met zichzelf en de omringende wereld te leven. En de gevolgen daarvan zijn niet te missen en in alle lagen van de bevolking zichtbaar. “Je ziet dat depressie veel voorkomt onder dertigers en veertigers. Onder mantelzorgers. Maar ook steeds vaker onder jongeren.” En veel van die mensen zijn dus slachtoffer geworden van een cultuur die we met zijn allen vorm hebben gegeven. “En dan moet je je toch wel afvragen: waarom vormen we ons op een manier die ons niet bevalt?”

De zwarte hond is inmiddels uitgegroeid tot een bekende metafoor voor depressie. Maar de aard van dit beestje is minder bekend.

Accentverschuiving
De opvatting van depressie als afstemmingsstoornis is een vrij vernieuwende kijk die – als het aan Van den Bergh ligt – leidt tot een focusverschuiving in de psychiatrie. “Ik sluit zeker niet uit dat er in veel gevallen ook iets biologisch aan de hand is,” benadrukt hij. “Maar er is een kant van depressie waar we nu niet aan toekomen, doordat de nadruk te veel ligt op de biologische gevoeligheid. We zouden veel meer moeten kijken naar hoe onze opvattingen van het ideale leven eruitzien. Want die kunnen heel belastend zijn.”

Behandeling
Zo tussen de regels door zou je kunnen concluderen dat Van den Bergh met zijn focusverschuiving ook afstevent op een heel andere manier van depressiebehandeling. “Ik denk dat het allereerst heel belangrijk is dat hulpverleners de tijd nemen.” Dat lijkt een open deur, maar de kortdurende therapieën rukken de laatste jaren – ongetwijfeld aangemoedigd door verzekeraars – op. “Het idee dat je in acht sessies van je depressie af kunt komen, is niet houdbaar.” Zeker niet als de depressie (deels) te maken heeft met elementaire afstemming. “Dan betreft het alle aspecten van ons leven. Van hoe je je huis inricht tot hoe je met je vrienden omgaat en hoe het er op je werk aan toegaat. En als die afstemming op heel veel fronten rommelt, zul je op al die fronten verandering moeten aanbrengen.”

Maar is de psychiatrie bereid tot een focusverschuiving en de daarmee samenhangende andere aanpak van de depressie? “Op dit moment zie je binnen de psychiatrie een botsing tussen het biomedische model en het narratieve model (gericht op de ervaringen en het verhaal van de patiënt),” aldus Van den Bergh. “En die twee kampen komen moeilijk tot elkaar.” Tegelijkertijd verwacht Van den Bergh dat we uiteindelijk niet om een focusverschuiving heen kunnen. Alleen al omdat de biologische benadering niet doet wat deze al jaren belooft. “De moderne psychiatrie werd in de negentiende eeuw gesticht door Emil Kraepelin, een tegenhanger van Freud en aanhanger van de biomedische benadering. Hij ontwikkelde een systeem dat veronderstelt dat er een verband is tussen hersenprocessen en psychische processen. Hoe dat verband er precies uitziet, was in zijn tijd een raadsel. Maar Kraepelin zei: er is een wetmatig verband en dat zullen we uiteindelijk aantonen. Tot op de dag van vandaag is dat echter niet gelukt.” Met dat in het achterhoofd is het zeker geen gek idee om na anderhalve eeuw eens te zien of we een nieuw licht kunnen werpen op de zo hardnekkige schaduw van de zwarte hond.