Maar dat kan veranderen als ze straks verder de ruimte in reizen en langer in de ruimte gaan vertoeven.

Buiten de atmosfeer van de aarde worden astronauten blootgesteld aan zogenoemde ioniserende straling. Hoge doses van deze straling kunnen het DNA beschadigen of veranderen, wat vervolgens kan leiden tot kanker. Daarnaast verhogen hoge doses ioniserende straling het risico op aderverkalking, wat weer kan leiden tot problemen met het hart en de vaten. De angst bestaat dan ook dat astronauten die enige tijd in de ruimte vertoeven een verhoogde kans hebben op kanker en hart- en vaatziekten. Maar is die angst terecht? Een nieuw onderzoek, verschenen in het blad Scientific Reports, suggereert van niet.

Het onderzoek
De onderzoekers bestudeerden de gezondheidsdossiers van 117 Russische en 301 Amerikaanse astronauten die tussen 1959 en 2018 minstens één keer in de ruimte waren geweest. Uit de dossiers blijkt dat van de 301 astronauten er 16 stierven aan kanker (dat is iets meer dan 30% van het totale aantal reeds overleden astronauten) en 8 aan hart- en vaatziekten (15,1%). Onder de kosmonauten stierven er 10 aan kanker (28%) en 18 aan hart- en vaatziekten (50%). Dat zijn behoorlijke percentages. Toch is er geen enkel bewijs dat deze astronauten uiteindelijk stierven doordat ze in de ruimte aan ioniserende straling zijn blootgesteld. Een statistische analyse wijst namelijk uit dat de gevallen van kanker en hart- en vaatziekten onder astronauten geen gemeenschappelijke oorzaak hebben en dus niet te herleiden zijn naar ioniserende straling.


Methodiek
We vroegen onderzoeker Robert Reynolds om kort uit te leggen hoe hij tot die conclusie is gekomen. “Als twee doodsoorzaken (in dit geval hart- en vaatziekten en kanker) een gemeenschappelijke oorzaak hebben (in dit geval straling) dan zijn sterftegevallen door deze twee doodsoorzaken geen statistisch onafhankelijke gebeurtenissen.” In andere woorden: als hart- en vaatziekten en kanker onder astronauten dezelfde oorzaak hebben, heb je als je als astronaut kanker krijgt, ook een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Het optreden van de ene gebeurtenis heeft dus invloed op de kans dat de andere gebeurtenis voorkomt. Het betekent dat de sterftekansen van de ene ziekte dus ook beïnvloed worden door de andere aandoening. Simpelweg omdat je maar één keer kunt overlijden en dus ook maar aan één ziekte dood kunt gaan. De grote kans die astronauten in dit scenario hebben om dood te gaan aan kanker, wordt dus verkleind doordat ze ook een grote kans hebben om dood te gaan aan hart- en vaatziekten. “Als ik onder deze omstandigheden een grafiek maak met daarin de kans dat iemand aan hart- en vaatziekten overlijdt en daarbij onvoldoende rekening houd met mensen die in plaats van aan hart- en vaatziekten, aan kanker zijn overleden, onderschat ik de overlevingskansen van mensen met hart- en vaatziekten (en overschat ik hun sterftekans). Net zo zou een curve met daarin de sterftekansen voor mensen met kanker de sterftekansen overschatten en de overlevingskansen onderschatten als ik geen rekening houd met hart- en vaatziekten.”

Afbeelding: Reynolds, R.J., et al. Contrapositive logic suggests space radiation not having a strong impact on mortality of US astronauts and Soviet and Russian cosmonauts. Scientific Reports 9, Article number: 8583 (2019).

“Deze grafieken zijn ook terug te vinden in het paper (zie hierboven, red.). De zwarte streepjeslijnen zijn curves waarbij er geen rekening wordt gehouden met andere doodsoorzaken. De gekleurde lijnen gebruiken de juiste methodologie, waarbij er wel rekening wordt gehouden met alle andere doodsoorzaken. Als hart- en vaatziekten en kanker een gemeenschappelijke oorzaak hadden, zouden de gecorrigeerde curves voor deze twee doodsoorzaken (de gekleurde lijnen) heel anders zijn dan de zwarte streepjeslijnen. Maar dat is niet het geval. En aangezien we geen grote verschillen zien tussen de curves, leiden we daaruit af dat hart- en vaatziekten en kanker geen gemeenschappelijke oorzaak hebben.” De resultaten zijn volgens Reynolds niet echt verrassend. “Aangezien astronauten tot op heden ook aan heel weinig straling zijn blootgesteld.”

Het belang van het onderzoek
Toch betekent het niet dat we nu met een gerust hart een missie naar Mars of een langdurig verblijf op de maan kunnen gaan plannen. Want een langduriger verblijf in de ruimte betekent namelijk ook dat je langer aan ioniserende straling wordt blootgesteld en mogelijk toch andere risico’s loopt dan astronauten tot op heden hebben gelopen. Toch is het volgens Reynolds juist met het oog op die toekomstige, veel langere ruimtemissies, wel noodzakelijk om uit te vogelen welk effect korte ruimtemissies op het menselijk lichaam hebben. “Dit is de enige data die we hebben over de effecten die echte in de ruimte voorkomende ioniserende straling op mensen heeft. Er zijn uitstekende experimenten uitgevoerd waarin men de effecten van verschillende doses ioniserende straling inschat, maar dat blijven schattingen tot mensen ook echt met die doses te maken krijgen. Dus we moeten de voorspellingen dat lage doses ioniserende straling weinig risico’s met zich meebrengen, wel toetsen.”

Met dit onderzoek is de kous nog niet af. Zo is de grote vraag – die ook tot dit onderzoek leidde – nog altijd: Welk niveau van ruimtestraling is op lange termijn schadelijk voor de gezondheid van mensen? “En daarnaast blijven we natuurlijk geïnteresseerd in de sterftepatronen die we onder deze unieke beroepsgroep zien, dus we blijven dat in de komende jaren wel monitoren.”