Twee onderzoekers menen van wel: de wetenschap zou niet langer bij de prijs gebaat zijn.

De onderzoekers Clare Fiala en Eleftherios P. Diamandis zijn er heel helder over in het blad Clinical Chemistry and Laboratory Medicine: het wordt tijd om de Nobelprijs in te ruilen voor een nieuwe prijs. Eentje waar de wetenschap wél bij gebaat is.

Linus Pauling

Nobelprijswinnaars worden op een voetstuk geplaatst en er wordt naar hen geluisterd. Ook wanneer ze later uitspraken doen die buiten het onderzoeksgebied vallen waar ze eerder een Nobelprijs in scoorden. Dat dat soms fout uit kan pakken, zagen we toen Linus Pauling de Nobelprijs voor Chemie in de wacht sleepte. Tegen het eind van zijn carrière begon hij te verkondigen dat hoge doses vitamine C konden bijdragen aan de genezing van kanker. Het was niet waar en leidde tot een enorme stroom aan (in feite overbodig) onderzoek dat erop gericht was om zijn ongelijk te bewijzen. Nobelprijswinnaars: het zijn net mensen. Maar zo worden ze niet gezien.

Wereldberoemd
De Nobelprijs is wereldberoemd. Geen enkele andere prijs kan zich – in ieder geval in de wetenschappelijke wereld – met deze meten. En wie ‘m wint, wordt vanaf dat moment met alle respect benaderd en als uitermate slim en creatief weggezet. De banen en beurzen liggen voor het oprapen en men wordt een beroemdheid.

Achterhaald
Het idee van de Nobelprijs is helder: wetenschappelijke vooruitgang bewerkstelligen. Maar doet de prijs dat ook? Fiala en Diamandis hebben daar grote twijfels bij. Zo wijzen ze er allereerst op dat de wetenschappers vaak pas decennia na hun ontdekking de Nobelprijs in handen gedrukt krijgen. De ontdekking en daaruit voortkomend vervolgonderzoek is dan al passé. Sterker nog: soms is het onderzoek al bijna achterhaald. Als voorbeeld halen de onderzoekers het werk van Walter Gilbert en Frederick Sanger aan, dat uitmondde in een techniek om het DNA te ontleden. Ze kregen er de Nobelprijs voor. Maar de methode van Gilbert werd nooit gebruikt en die van Sanger was toen al vervangen door technieken die veel goedkoper en sneller waren.

Competitie
Wat de onderzoekers verder tegen de borst stuit, is dat de prijs in zekere zin onderzoekers tegen elkaar opzet. Om de prijs te winnen, moet je een ontdekking als eerste doen. En dat kan soms leiden tot onethisch gedrag. “Watson en Crick, winnaars van de Nobelprijs in 1962, nadat zij de dubbele helix-structuur van DNA ontdekten – worden ervan verdacht fundamentele data te hebben gestolen van hun rivaliserende onderzoeker Rosalind Franklin. Er zijn talloze (bekende en onbekende) voorbeelden, waarbij wetenschappers onethische praktijken gebruikten om iets als eerste te kunnen publiceren.” Het laat bovendien zien dat ontdekkingen die beloond worden met een Nobelprijs net zo goed – misschien weliswaar ietsje later – door iemand anders zouden kunnen zijn gedaan. Dus hoe bijzonder is degene die deze ontdekking als eerste doet – hetzij op eerlijke of oneerlijke wijze – nu werkelijk?

Eén winnaar
De onderzoekers hebben er ook moeite mee dat de Nobelprijs vaak maar aan één of enkele onderzoekers wordt toegekend. Want ontdekkingen van het Nobel-kaliber worden zelden door een handvol mensen gedaan; het is een team-inspanning. Maar dat zien we niet of nauwelijks terug in de prijs. Het resulteert soms in een hoop gekibbel “over wie het als eerste ontdekte en wie de belangrijkste spelers zijn”. Het laat volgens de onderzoekers zien dat de Nobelprijs niet meer van deze tijd is; vandaag de dag is wetenschappelijk onderzoek iets waar soms wel tientallen mensen uit verschillende delen van de wereld bij betrokken zijn.

“We concluderen dat het waarschijnlijk beter is om deze zeer prestigieuze prijs in te ruilen voor een alternatief beloningssysteem dat collegialiteit, samenwerking en bescheidenheid promoot,” zo schrijven de onderzoekers.