Het is mogelijk dat heet water sneller bevriest dan koud water. Dit beweert wetenschapper James Brownridge van de staatsuniversiteit van New York naar aanleiding van eigen experimenten. Toch treedt het zogenaamde Mpemba-effect alleen onder zeer speciale omstandigheden met bepaalde soorten water op.

Het Mpemba-effect werd in 1963 voor het eerst waargenomen door de Tanzaniaanse scholier Erasto Mpemba. Hij maakte samen met klasgenoten ijs en kwam tot de conclusie dat warme melk eerder bevroor dan koude melk. Dit lijkt onlogisch. Een container heet water doet er langer over om ijs te worden dan een container koud water, omdat koud water een voorsprong heeft.

Het effect komt voor, maar niet altijd. Alleen onder speciale omstandigheden. Dit concluderen wetenschappers na het uitvoeren van vele onderzoeken naar dit effect. Soms bevriest koud water eerder, soms warm water. Meestal heeft koud water een zo grote voorsprong, dat warm water het niet meer inhaalt.

James Brownridge van de staatsuniversiteit van New York is er echter in geslaagd om heet water gegarandeerd eerder te laten bevriezen dan koud water. Brownridge gebruikte kraanwater en verhitte dit tot een temperatuur van honderd graden Celsius. Daarnaast gebruikte de wetenschapper koud gedistilleerd water met een temperatuur lager dan 25 graden Celsius. Brownridge herhaalde het experiment 27 keer en iedere keer bevroor het hete kraanwater eerder dan het koude gedistilleerde water.

Het experiment werkt omdat beide soorten water andere vriespunten hebben. Kraanwater heeft een hoger vriespunt dan gedistilleerd water en bevriest dus eerder.

Eerlijk is het experiment niet, maar het laat wel zien dat het mogelijk is om heet water sneller te bevriezen.