Terwijl astronomen op zoek zijn naar buitenaards leven, ontdekken biologen een enorme levende wereld onder het oppervlak van de aarde. Wetenschappers menen dat bijna de helft van al het levende materiaal op onze planeet zich verstopt in of onder de bodem van de oceaan, of in stenen, boomstammen, mijnen, oliebronnen en meren.

Ze noemen het de ‘ondergrondse biosfeer’, een donkere wereld waar de zon en sterren niet schijnen. Sommige wetenschappers noemen het de kelder van de aarde.

“De leefbare zone van de aarde strekt zich uit tot een diepte van honderden tot duizenden meters”, vertelt microbioloog Katrina Edwards van de universiteit van Zuid-Californië. “De organismen die in de bodem van de aarde leven komen qua totale massa mogelijk overeen met organismen boven de aardbodem en in de zee.”

Om het ondergrondse leven nog beter te begrijpen boren marinegeologen in de toekomst gaten in de bodem van zeeën en oceanen. In de gaten plaatsen ze wetenschappelijke observatoria, die door middel van kabels en satellieten verbonden worden met laboratoria op de kust. In juli boort het schip van het Integrated Ocean Drilling Program de eerste gaten in de Grote Oceaan voor de Canadese kust. In oktober vaart het schip naar een gebied tussen Nieuw-Zeeland en Hawaï, waar opnieuw gaten worden geboord. Volgend jaar reist het schip naar het Panamakanaal.

Komende zomer zijn de eerste zes observatoria geïnstalleerd. Wetenschappers pompen dan gekleurde vloeistoffen door specifieke plaatsen, zodat ze de stroming van water en microben in kanalen onder de oceaanbodem kunnen volgen. De waterkanalen onder de zeebodem bevatten evenveel water als alle rivieren op aarde bij elkaar.

Het leven in ondergrondse kanalen komt mogelijk overeen met leven op de jonge aarde. En misschien dat het leven er ooit zo uitzag op Mars. Kortom, de observaties schijnen meer licht op de oorsprong van leven op aarde en de mogelijkheid van leven op andere planten.