Een blijvend verbod op deze stoffen betekent dat het Arctisch gebied in de toekomst minder snel zal opwarmen.

In de vorige eeuw zijn door toedoen van mensen behoorlijk wat vervuilende stoffen vrijgekomen en in de stratosfeer belandt. Hierdoor ontstond het bekende ‘gat in de ozonlaag’. Hoewel we op dit moment op de goede weg zijn om het gat te dichten – het gat in de ozonlaag is dit jaar recordbrekend klein – heeft het toch duidelijk zijn sporen achtergelaten.

Opwarming
In het wetenschappelijke tijdschrift Nature Climate Change doen onderzoekers hun bevindingen uit de doeken. Zo blijkt uit de resultaten dat ozonafbrekende stoffen beduidend hebben bijgedragen aan de opwarming van het Arctisch gebied. Sterker nog, tussen 1955 en 2005 zouden de vervuilende stoffen verantwoordelijk zijn geweest voor zeker de helft van de Arctische opwarming. “Hoewel de dominante rol van kooldioxide onbetwist is, werd in de tweede helft van de twintigste eeuw ook andere belangrijke broeikasgassen uitgestoten: ozonafbrekende stoffen,” zo schrijven de onderzoekers in hun studie.


cfk’s
Het heeft alles te maken met de uitstoot van Chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk’s); langlevende chemische verbindingen die onder meer massaal werden toegepast in spuitbussen en koelkasten. Wanneer deze ckf’s in de ozonlaag terecht komen, worden ze – onder invloed van UV-straling – afgebroken, waardoor chloorradicalen ontstaan die op hun beurt de ozonmoleculen weer afbreken. Hierdoor ontstond het zogenaamde ‘gat in de ozonlaag’. Vrij snel na de ontdekking daarvan werd er actie ondernomen om de productie van stoffen die de ozonlaag aantasten door middel van het Montreal Protocol uit te faseren. Maar nu pas komt boven tafel wat het gat in de ozonlaag eigenlijk op aarde heeft veroorzaakt.

Onderzoekers weten al langer dat het gat in de ozonlaag effect heeft op het klimaat. Vooral op het zuidelijk halfrond zijn veranderingen te merken die een grote weerslag hebben op het voedselweb. Bovendien heeft ‘het gat in de ozonlaag’ de Antarctische Oscillatie (AAO) veranderd. Een verschuiving die rechtstreeks bijdraagt aan de klimaatverandering op het zuidelijk halfrond. Omdat de AAO naar het zuiden is verschoven, zijn ook neerslagpatronen, zeewatertemperaturen en zeestromingen over grote delen van het zuidelijk halfrond verschoven. En dit heeft gevolgen voor ecosystemen.

Dat de aarde opwarmt is voor niemand meer een verrassing. Maar hoeveel van deze opwarming valt toe te schrijven aan de uitstoot van cfk’s en het daaropvolgende gat in de ozonlaag? Om die vraag te kunnen beantwoorden, maakten de onderzoekers gebruik van klimaatmodellen. Het team simuleerde twee modellen: één met de natuurlijke en menselijke uitstoot zoals die gemeten is tussen 1955 en 2005, en een model waarin de uitstoot van cfk’s nooit had plaatsgevonden. Op die manier konden de onderzoekers de impact van cfk’s achterhalen. De bevindingen zijn treffend. Want zoals gezegd droegen de ozonafbrekende stoffen bij aan zeker de helft van de Arctische opwarming en het verlies van zee-ijs in het gebied. Bovendien heeft de uitstoot bijgedragen aan bijna een derde van de wereldwijde gemiddelde opwarming.

Montreal Protocol
In 1987 werd het Montreal Protocol in werking gesteld. In dat protocol beloofden landen wereldwijd de productie van ozonvernietigende stoffen terug te schroeven. En dat werpt zijn vruchten af. Onderzoek wijst uit dat het gat in de ozonlaag begin deze eeuw langzaam stabiliseerde en de laatste jaren zelfs krimpt. Zo is het tussen september 2000 en september 2015 meer dan 4,4 miljoen vierkante kilometer kleiner geworden. Als we op deze voet doorgaan, kan het gat in de ozonlaag naar verwachting over vier of vijf decennia weer zodanig hersteld zijn dat de ozonconcentratie hier weer vergelijkbaar is met de concentratie die in het jaar 1980 werd gemeten. Dat het herstel zo’n lange tijd in beslag neemt, is te herleiden naar de lange levensduur (50 tot 100 jaar) van de cfk’s.


De resultaten uit de studie bieden een nieuw perspectief op de impact van ozonafbrekende stoffen op het klimaat. Maar de bevindingen hebben ook een lichtpuntje. Een blijvend verbod op deze stoffen betekent namelijk dat het Arctisch gebied in de toekomst minder snel zal opwarmen. “In de komende decennia zullen de stoffen steeds minder bijdragen aan de opwarming van de aarde,” zegt onderzoeksleider Lorenzo Polvani. “En dat is een erg goed nieuws.”