Voor het eerst zijn wetenschappers er in geslaagd om het element helium aan te tonen in de kosmische achtergrondstraling. De kosmische achtergrondstraling is de warmtestraling die is uitgezonden tijdens de oerknal. Door deze straling in kaart te brengen krijgen wetenschappers een goed beeld van hoe het heelal er kort na de oerknal uit zag.

De ontdekking komt niet onverwacht, want wetenschappers menen dat het heelal kort na de oerknal rijk gevuld was met helium. Helium is na waterstof namelijk het meestvoorkomende element in het heelal. Wetenschappers denken dat helium na de oerknal een kwart van de normale materie uitmaakte.

De metingen zijn verricht met de WMAP-satelliet. Deze satelliet werd in 2001 gelanceerd en houdt sindsdien de kosmische achtergrondstraling nauwlettend in de gaten. Het is moeilijk om kleine variaties in de achtergrondstraling te zien, omdat de temperatuur van de straling – door de uitdijing van het heelal – gedaald is tot 3 kelvin, oftewel -270 graden Celsius.

Ondanks de moeilijke taak vond WMAP de aanwezigheid van helium in de achtergrondstraling. Toch moet het oerhelium beter geobserveerd worden. De vorig jaar gelanceerde Planck-satelliet gaat WMAP daar bij helpen.

Op deze afbeelding is goed te zien hoeveel vooruitgang er de laatste jaren is geboekt op het in kaart brengen van kosmische achtergrondstraling. Boven de kaart van de COBE-satelliet (1992-1998), onder de kaart van WMAP (2001-heden).